Klik hieronder voor:
dinsdag 17 april 2018
Handige webtool voor samenwoners, geregistreerd partners of gehuwden
Klik hieronder voor:
vrijdag 13 april 2018
Daling transacties zet versterkt door waardoor de consument steeds meer onder de gespannen woningmarkt lijdt!
De daling in het aantal door NVM-makelaars verkochte bestaande koopwoningen in Nederland, die de NVM eind 2017 al constateerde, zet in 2018 versterkt door.
De daling in het aantal verkopen is met 19% het stevigst bij appartementen. Ook bij de andere woningtypen zien we een duidelijke daling in het aantal verkopen.
Met het krimpende woningaanbod in Nederland komt ook aan de prijsstijgingen maar geen einde. De transactieprijs in Nederland is gestegen tot € 273.000,= voor de gemiddeld verkochte woning en daarmee 9,7% hoger dan een jaar eerder. Het tekort aan beschikbare appartementen in Nederland vertaalt zich in een stevige prijsstijging van bijna 16%. Bij alle andere woningtypen in Nederland is de prijsontwikkeling minder sterk dan het landelijke gemiddelde.
In de afgelopen jaren is de aandacht vaak uitgegaan naar de regio Amsterdam. Daar zijn de prijzen het afgelopen kwartaal weliswaar flink gestegen in vergelijking met een jaar eerder, maar er zijn inmiddels regio’s waar de prijs van de verkochte woningen het afgelopen jaar harder omhoog zijn gegaan. Zoals Den Haag met ruim 24% en in mindere mate Rotterdam met een plus van 15%. De vraag in de regio Den Haag is het afgelopen jaar hard gestegen, terwijl het aanbod bij lange na niet voldoende is om aan de vraag te voldoen. Naast de reguliere woningzoeker komen NVM-makelaars steeds meer expats tegen bij bezichtigingen, in centraal gelegen buurten gaat het soms wel om 40% tot 50% van de bezichtigers. Daarnaast zijn particuliere beleggers op de Haagse woningmarkt actief; zij kopen 1 op de 5 woningen. En in Den Haag strijken ook woonconsumenten neer vanuit Amsterdam.
In een jaar tijd daalde de verkooptijd in Nederland van de gemiddeld verkochte woning van 75 dagen naar 56 dagen in het 1e kwartaal van 2018. Deze daling doet zich bij alle woningtypen voor. Verkochte vrijstaande woningen in Nederland hebben ruim 4 maanden nodig gehad om een koop af te ronden, appartementen slechts ruim een maand. Van alle verkopen in Nederland in het afgelopen kwartaal, is 70% verkocht binnen 90 dagen. Het aantal huizen dat een jaar of langer te koop staat in Nederland, loopt snel terug waarbij overigens nog steeds grote regionale verschillen zijn.
Het woningaanbod in Nederland is een jaar tijd met meer dan een derde gedaald. Er stonden halverwege het afgelopen kwartaal bij NVM-makelaars 51.000 woningen te koop (totale markt 73.000). Nog maar 8.281 hiervan zijn appartementen; 46,7% minder dan vorig jaar. Ook het aantal te koop staande tussenwoningen (8.892) daalde met 37,9% erg hard. Het aantal van ruim 20.000 vrijstaande woningen is nog wel fors te noemen, al daalde ook dit woningtype met 28% vergeleken met een jaar eerder. De instroom van nieuw aangeboden woningen in Nederland, dus woningen die in het 1e kwartaal 2018 te koop zijn gezet, bedroeg 34.000. Dat is 8,5% minder dan een jaar geleden en 23,4% minder dan vorig kwartaal. Het 1e kwartaal 2018 is altijd een kwartaal waarin het aantal nieuw aangeboden woningen laag ligt. Het aantal woningen dat op de markt komt is veel te laag om aan de grote vraag te voldoen. Dat wordt, nogmaals, extra versterkt door het feit dat consumenten wachten met het te koop zetten van hun eigen woning totdat ze een nieuwe woning hebben aangekocht.
De consument in Nederland heeft op dit moment gemiddeld nog keuze uit 4,5 woningen. Een jaar eerder kon hij/zij nog kiezen uit 6,1 woningen en vijf jaar geleden uit bijna 30 huizen en op dit moment slechts 2,6 woningen in Haaglanden.
Ook de nieuwbouw in Nederland kende in het 1e kwartaal 2018 een tegenvallend aantal transacties. NVM-makelaars verkochten de afgelopen periode slechts 7.300 nieuwbouwwoningen (totale markt 10.500). Dat betekent een daling van 5% ten opzichte van vorig jaar en 11% minder dan vorig kwartaal. Het gebrek aan (nieuw) aanbod is de belangrijkste oorzaak van deze daling. Slechts 6.800 nieuwbouwkoopwoningen werden door NVM-makelaars te koop gezet, een stabilisatie met een jaar geleden, maar 36% minder dan vorig kwartaal. Het totale te koop staande nieuwbouwaanbod in Nederland kwam op 13.800 woningen, eveneens een stabilisatie met vorig jaar. De nieuwbouw moet dus snel en drastisch een ‘boost’ krijgen.
De flinke daling van de transacties komt bijna volledig op conto van West-Nederland. De andere landsdelen bleven nagenoeg stabiel. Een zeer beperkt nieuw aanbod in Den Haag en Utrecht is hier mede debet aan. De nieuwbouwmarkt in West-Nederland blijft daardoor krap. Wat wellicht ook meespeelt is dat in West-Nederland bijna uitsluitend middeldure nieuwbouw wordt ontwikkeld. Maar liefst twee derde van de verkochte nieuwbouw in West-Nederland is 300.000 euro of duurder, in heel Nederland is dat ruim de helft.
Voor de startende woonconsument met een beperkt budget zien de kansen op de koopwoningmarkt in Nederland er steeds somberder uit. Vergeleken met een jaar eerder zijn er in het 1e kwartaal 2018 bijna 40% minder woningen verkocht in de prijsklasse tot en met € 150.000,=. In de prijsklassen tot 2 ton en 2,5 ton is de daling met 19% en 16% ook fors te noemen. Uiteindelijk zijn er in de prijsklasse tot € 250.000,= zo’n 5.400 woningen minder verkocht. Voor starters zijn er problemen aan zowel de aanbodkant als aan de vraagkant alsmede door de stijgende woningprijzen. Zo zijn in het verleden door woningcorporaties flinke aantallen corporatiewoningen verkocht aan particulieren. En vaak zitten die woningen in het lagere prijssegment. Betaalbaar aanbod dus voor de woonconsument met een beperkt budget. In 2014 waren het er zelfs bijna 18.000. In 2017 was dit aantal echter gedaald tot bijna 9.200 woningen, ruim 48% minder dan in 2014. Hoewel er legitieme redenen zijn voor de woningcorporaties om de woningen in eigen bezit te houden, verdwijnt hierdoor wel een welkome aanvulling aan betaalbare koopwoningen op de woningmarkt.
Mede door de achterblijvende nieuwbouw in Nederland, verwacht de NVM dat het aantal transacties en het aanbod aan koopwoningen de komende periode verder zal afnemen. Als gevolg daarvan zullen de prijzen ook blijven stijgen. Er moet nu echt iets gebeuren! Bestemmingsprocedures in zowel de binnensteden als in het buitengebied moeten drastisch worden ingekort, anders loopt de woningmarkt volledig vast. Het kabinet is gevraagd om gepaste maatregelen te nemen om dit te voorkomen. Als de nieuwbouw achterblijft, moeten we vaart maken met transformatie van commercieel vastgoed naar woningen en appartementen. Zorg ervoor dat woningen ‘toekomstproof’ zijn, gericht op alle doelgroepen en op de locaties waar het nodig is. De NVM ziet nu landelijk dat er veel kleine appartementen worden gebouwd, maar dat is een tijdelijke oplossing. Door de gestegen woningprijzen kunnen veel mensen zich niet veel meer vierkante meters veroorloven. Straks is dat misschien anders en willen mensen meer ruimte en voorzieningen. Dan zijn die kleine appartementen waardeloos geworden. De NVM roept ook de woningcorporaties op om snelheid te maken met het afstoten van corporatiewoningen. Er moet voor gezorgd worden dat starters ook in de huidige woningmarkt over voldoende woonopties beschikken. Of dat nu in de koopsector of in de vrije huursector is, moet per regio bekeken worden.
De cijfers
In de Gemeente Den Haag zijn er in het 1e kwartaal 2018 17,4% minder woningen (1.029 woningen) verkocht t.o.v. het 1e kwartaal 2017. T.o.v. van het voorgaande kwartaal zijn er 19,2% minder woningen verkocht. De gemiddelde transactieprijs bedraagt in het 1e kwartaal 2018 € 292.791,=. T.o.v. een jaar geleden is de gemiddelde transactieprijs gestegen met 30,5% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gestegen met 5,8%. De gemiddelde verkooptijd in de Gemeente Den Haag bedraagt in het 1e kwartaal 2018 31 dagen versus 39 dagen t.o.v. een jaar geleden.
In de Gemeente Delft is t.o.v. het 1e kwartaal 2017 een daling in transacties (185 woningen) van 19%. In vergelijking met het voorgaande kwartaal zijn er 10,3% minder woningen verkocht. De gemiddelde verkoopprijs bedraagt in het 1e kwartaal 2018 € 250.417,=. T.o.v. een jaar geleden is dit een prijsstijging van 10,1% en t.o.v. het voorgaande kwartaal een prijsdaling van 0,2%. De gemiddelde verkooptijd bedraagt in het 1e kwartaal 2018 37 dagen versus 46 dagen t.o.v. een jaar geleden.
In het Westland zijn t.o.v. het 1e kwartaal 2017 6,3% minder woningen verkocht (189 woningen). T.o.v. van het voorgaande kwartaal zijn er 16,6% minder woningen verkocht. Het Westland laat een prijsstijging zien van 6,1% t.o.v. een jaar geleden en t.o.v. het voorgaande kwartaal een stijging van 2,8%. De gemiddelde transactieprijs is € 300.366,= en de gemiddelde verkooptijd bedraagt 67 dagen versus 62 dagen t.o.v. een jaar geleden.
In de Gemeente Rijswijk is t.o.v. het 1e kwartaal 2017 het aantal verkopen gedaald met 23,4% (106 woningen) en t.o.v. het voorgaande kwartaal zijn er 28,6% minder woningen verkocht. De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gestegen met 24,7% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gestegen met 5%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 255.628,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 50 dagen versus 83 dagen t.o.v. een jaar geleden.
In de Gemeente Wassenaar is t.o.v. het 1e kwartaal 2017 het aantal verkopen gedaald met 11,8% (59 woningen) en t.o.v. het voorgaande kwartaal zijn er 36,5% minder woningen verkocht. De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gestegen met 12,5% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gestegen met 14,7%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 650.036,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 115 dagen versus 95 dagen t.o.v. een jaar geleden.
In de Gemeente Zoetermeer is t.o.v. het 1e kwartaal 2017 het aantal verkopen gedaald met 17,8% (260 woningen) en t.o.v. het voorgaande kwartaal zijn er 22,7% minder woningen verkocht. De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gestegen met 18,7% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gestegen met 7,7%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 256.559,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 53 dagen versus 59 dagen t.o.v. een jaar geleden.
In de Gemeente Leidschendam-Voorburg is t.o.v. het 1e kwartaal 2017 het aantal verkopen gedaald met 0,2% (213 woningen) en t.o.v. het voorgaande kwartaal gedaald met 19,5%. De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gestegen met 19,5% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gestegen met 0,7%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 310.846,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 32 dagen versus 35 dagen t.o.v. een jaar geleden.
In de Gemeente Pijnacker-Nootdorp is t.o.v. het 1e kwartaal 2017 het aantal verkopen gedaald met 38,4% (77 woningen) en t.o.v. het voorgaande kwartaal zijn er 24,5% minder woningen verkocht. De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gestegen met 8,8% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gedaald met 1%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 357.752,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 64 dagen versus 60 dagen t.o.v. een jaar geleden.
In de Gemeente Lansingerland (Berkel en Rodenrijs, Bergschenhoek en Bleiswijk) is t.o.v. het 1e kwartaal 2017 het aantal verkopen gestegen met 12,8% (122 woningen) en t.o.v. het voorgaande kwartaal zijn er 9,8% minder woningen verkocht. De prijs t.o.v. een jaar geleden is gestegen met 10,1% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gestegen met 2,4%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 360.371,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 62 dagen versus 81 dagen t.o.v. een jaar geleden.
donderdag 22 februari 2018
‘Woningtekort neemt komende jaren nog verder toe’
Beleggers hebben genoeg geld om in de bouw van extra huizen te investeren, maar bouwbedrijven hebben niet genoeg capaciteit om die ook te bouwen. Ook is er te weinig grond beschikbaar. Daardoor komen vooral starters op de woningmarkt en ouderen met een lichamelijke beperking in de knel.
Begin 2018 was er een tekort van 205.000 woningen, iets meer dan . Dat tekort groeit tot 2020 door. Dan zullen er 235.000 woningen te weinig zijn. Om dat tegen te gaan zouden er 85.000 in plaats van de verwachte 73.000 woningen per jaar moeten worden gebouwd.
Capaciteitstekort
Die extra woningen worden om een aantal redenen niet gebouwd. Zo kampt de bouwsector met een gebrek aan capaciteit om meer woningen te bouwen. 'Op basis van de huidige gegevens, is het niet waarschijnlijk dat de markt deze verhoging kan bewerkstelligen', schrijft Capital Value.
Opvallend is dat grote beleggers ondertussen in 2017, net als in het jaar daarvoor, met miljarden bedoeld voor huurwoningen zijn blijven zitten. Alleen al voor Nederlandse pensioenfondsen zou het gaan om een bedrag van €1,5 mrd. Door een gebrek aan aanbod van bestaande complexen en nieuwbouwprojecten konden zij niet genoeg investeringen doen. In 2018 zouden binnen- en buitenlandse beleggers een recordbedrag van €7 mrd willen investeren in de Nederlandse huurwoningmarkt.
Woningcorporaties
Een deel van die investering zou naar corporatiewoningen kunnen gaan, zodat de woningcorporaties zouden meer geld in de bouw van nieuwe woningen kunnen steken. Van de ondervraagde corporaties geeft 63% echter aan te weinig grondposities te hebben om nieuwe bouwplannen uit te voeren.
Het tekort aan woningen mondt vooral in de middeldure huursector —woningen met een huurprijs van circa €700 tot €1000 per maand— uit tot een grote scheefgroei tussen vraag en aanbod. Ieder jaar is er een vraag van 193.000 woningen op een aanbod van 110.000 in deze prijsklasse. De grote toestroom van starters speelt daarbij een grote rol. Bij huurders in deze sector gaat het vaak om huishoudens met een inkomen boven de grens voor een sociale huurwoning ofwel huishoudens die nog niet lang genoeg zijn ingeschreven om een woning in de sociale sector te bemachtigen. Het feit dat veel starters op de woningmarkt een relatief laag salaris hebben, en vaak geen vast contract, maakt het kopen van een woning voor deze groep moeilijker.
Om het probleem op te lossen stellen de onderzoekers voor dat gemeenten corporaties kleinere sociale huurwoningen laten bouwen. De grotere woningen zouden dan moeten worden verkocht. Iets meer dan een kwart van de corporaties geeft echter aan te weinig medewerking van gemeenten te krijgen bij het realiseren van nieuwbouw.
Zorgwoningen
Naast een tekort aan woningen voor starters wordt er ook te weinig gebouwd voor 75-plussers. Door de vergrijzing stijgt het aantal huishoudens in deze leeftijdscategorie snel, maar er wordt te weinig voor ze gebouwd. Corporaties en andere investeerders geven wel aan geld te willen stoppen in woningen voor zorgbehoevenden, tot circa €1,5 mrd in 2018.
dinsdag 1 augustus 2017
Aflossen op uw hypotheek? Doen of niet?
Met enige regelmaat duiken er in de media berichten op over de nadelen van het versneld aflossen van een hypotheek.
Bij nadere inspectie blijkt het dan meestal om ‘nadelen’ te gaan vergelijkbaar met de noodzaak om een geheel nieuwe garderobe aan te schaffen nadat je op doktersadvies 15 kilo bent afgevallen.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat aflossen altijd het devies is, maar wél dat een afgelost huis per definitie voordeliger is dan een huurwoning of een koophuis met een hoge hypotheekschuld. Wie eenmaal hypotheekvrij woont, kan in de regel doorstromen naar een kleinere woning of een appartement zonder daarvoor bij de bank te hoeven aankloppen en hoeft bij een verhuizing geen loonstrookje te overleggen.
Toch is er minstens één scenario denkbaar waarin een afgeloste woning geen verlichting biedt, maar juist een loden last kan zijn. Getroffen worden vooral huizenbezitters die hun werk zijn kwijtgeraakt en na de WW terecht dreigen te komen in de bijstand. Daar gelden heel andere regels: niet alleen moet er veel vaker worden gesolliciteerd, ook wordt het vermogen meegenomen bij de beoordeling of er recht is op een uitkering.
Voorheen konden vijftigplussers in een dergelijke situatie terugvallen op de IOAW (waarbij het vermogen buiten beschouwing werd gelaten) en zestigplussers zelfs op de IOW (waarbij ook niet werd gekeken naar het eventuele inkomen van de partner). Inmiddels zijn die regels komen te vervallen voor iedereen die na 1 januari 1965 is geboren, zodat kersverse vijftigplussers buiten dit soepele regime vallen.
Wie hypotheekvrij woont of de woning voor een groot deel heeft afgelost, zal eerst de overwaarde moeten benutten voor zover die uitkomt boven de 49.900 euro. Om die reden wordt weleens gesuggereerd dat je als werkloze oudere beter af bent met een niet-afgeloste woning (en weinig spaargeld), omdat je dan tenminste recht hebt op een uitkering zolang je geen nieuwe baan hebt gevonden.
Daar valt wel het een en ander op af te dingen, al was het maar dat de gang naar de gemeente door veel mensen per definitie als een vernedering zal worden ervaren. Het is geen pretje om als ontslagen werknemer of failliete ondernemer de les te worden gelezen door een baliemedewerker die net van school af is, of om als tegenprestatie papier te moeten prikken met een fluorescerend hesje aan.
Los daarvan zal de uitkering zelden toereikend zijn om de lasten te betalen van een hypotheek waarop al die jaren niets is afgelost. Alleen wie in een goedkoop koophuis woont met een lage hypotheek en weinig overwaarde bevindt zich ongeveer in dezelfde positie als een huurder, zij het dat die laatste recht heeft op huurtoeslag. In de meeste gevallen zal een bijstandsuitkering tekortschieten om de woonlasten te betalen, al was het maar omdat er ook minder wordt geprofiteerd van de hypotheekrenteaftrek. Er moet netto dus meer worden betaald, terwijl de inkomsten juist fors zijn gedaald.
Wie helemaal hypotheekvrij is en in die zin bijna gratis woont, heeft als voordeel dat hij dankzij die lage lasten elke slechtbetaalde baan kan aannemen die voorbijkomt. Niet alleen hoeft het huis dan niet te worden verkocht of ‘opgegeten’, het voorkomt ook een gang naar het uitkeringsloket. Zo zorgt het tijdig aflossen van de hypotheek zowel voor een zekere mate van zelfbeschikking als voor behoud van zelfrespect.
Bron: https://www.rd.nl/vandaag/economie/je-hypotheek-versneld-aflossen-doen-of-niet-1.1419057
woensdag 30 november 2016
Besparen op medicijnengebruik
Patiënten krijgen de medicijnen die ze voor het eerst gebruiken voortaan voor maximaal 15 dagen mee. Er wordt eerst gekeken of het middel goed werkt, voordat apothekers middelen voor een langere periode meegeven. Als medicijnen meer kosten dan € 1.000,- per maand, worden de eerste 6 maanden niet voor langer dan 1 maand medicijnen meegegeven.
En in het geval van intensieve zorg thuis, bijvoorbeeld in de laatste fase van iemands leven, bepaalt de patiënt (of zijn naasten) met de betrokken zorgverleners welke medicijnen nodig zijn. En welke niet. Maatwerk is daarbij het uitgangspunt.
Met deze afspraken binden patiënten, artsen, apothekers, verpleegkundigen en zorgverzekeraars samen de strijd aan tegen de verspilling van medicijnen. Negen verschillende organisaties hebben hun handtekening gezet onder het ‘Akkoord Afspraken prescriptieregeling’. Minister Edith Schippers: ‘Het is zonde als medicijnen ongebruikt weggegooid moeten worden, zeker als dat door slimmer voorschrijven voorkomen kan worden. Ik ben blij met deze mooie stap.’
In de praktijk
Afgelopen zomer heeft de Stichting Farmaceutische Kerngetallen (SFK) een nulmeting gedaan. Daaruit bleek dat medicijnen bij eerste uitgifte nu nog in meer dan 20% van de gevallen voor meer dan 15 dagen worden meegegeven. In 2017 wordt de meting opnieuw uitgevoerd om te kijken wat de effecten van het akkoord zijn.
Meldpunt Verspilling
Het akkoord is een direct gevolg van het Meldpunt Verspilling dat minister Edith Schippers (Volksgezondheid) heeft ingesteld. Bij dit meldpunt zijn meer dan 22.500 meldingen binnengekomen. Veel van deze meldingen zijn afkomstig van mensen die medicijnen overhouden doordat deze voor te lange tijd worden voorgeschreven.
‘Artsen moeten eerst kijken of een medicijn aanslaat bij een patiënt, dus moeten ze niet 30 stuks voorschrijven. Bij mijn broer waren vaak medicatiewisselingen en hij had dozen van medicatie thuis die hij niet meer hoefde te gebruiken. Zonde voor de verspilling,’ schreef één van de melders.
Het akkoord is ondertekend door: Patiëntenfederatie Nederland, Federatie Medisch Specialisten (FMS), Vrijwillige Palliatieve Terminale Zorg Nederland (VPTZ), Zorgverzekeraars Nederland (ZN), Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP), Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (VenVN), Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en Nederlandse Vereniging van ZiekenhuisApothekers (NVZA).
dinsdag 15 november 2016
Verklein de subsidie verschillen op de woonmarkt
De omvang kan worden vergroot door de subsidieverschillen voor koopwoningen, sociale huurwoningen en vrije huurwoningen te verkleinen. Om het commerciële aanbod van goedkopere huurwoningen te stimuleren, kan daarnaast worden overwogen om commerciële verhuurders uit te sluiten van de verhuurderheffing en nieuwe huurcontracten van commerciële verhuurders te liberaliseren.
Het vraagstuk van de vrije huursector is actueel, gezien de overwegingen om de hypotheeknormen verder aan te scherpen. De vraag of er iets moet gebeuren en welke maatregelen genomen moeten worden, is uiteindelijk aan de politiek. Dit concluderen Stefan Groot, Jan Möhlmann en Arjan Lejour van het Centraal Planbureau (CPB) in de vandaag verschenen Policy brief 'De positie van de middeninkomens op de woningmarkt'.
Huishoudens met een middeninkomen (een inkomen tussen de 35.000 en 50.000 euro) zijn vaker dan andere inkomensgroepen aangewezen op het vrije huursegment. Huurders in het vrije huursegment hebben hogere woonlasten zonder dat er een goede reden lijkt te zijn om deze groep anders te behandelen. Het verkleinen van subsidieverschillen voor de verschillende soorten woningen kan door een verdere afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Ook kunnen de sociale huurprijzen meer marktconform worden gemaakt. Een andere mogelijkheid is om juist een subsidie te introduceren in het vrije huursegment. Als dit tegelijk gebeurt met een afbouw van de bestaande subsidies, leidt dit niet tot een toename van de subsidiëring. Anders geven we als samenleving (nog) meer geld uit aan wonen dan economisch gezien optimaal zou zijn.
Er is een tekort aan goedkopere huurwoningen doordat commerciële verhuurders deze woningen beperkt aanbieden. Het is om twee redenen voor commerciële verhuurders niet aantrekkelijk om deze woningen aan te bieden. Ten eerste zijn deze woningen gebonden aan maximale huren. Ten tweede moeten commerciële verhuurders met meer dan tien woningen een verhuurderheffing betalen voor huurwoningen die in aanmerking komen voor huurtoeslag. Vaak wordt gedacht dat er oneerlijke concurrentie ontstaat als de verhuurderheffing alleen voor commerciële verhuurders wordt vrijgesteld. Dat is niet zo, omdat woningcorporaties andere voordelen hebben ten opzichte van commerciële verhuurders. Woningcorporaties worden nu namelijk bevoordeeld via garantstellingen van de overheid en doordat ze vaak lagere prijzen voor bouwgrond hoeven te betalen.
Download hier het rapport: De positie van de middeninkomens op de woningmarkt
maandag 7 november 2016
Veel huizenkopers volgend jaar toch een lagere hypotheek
Veel mensen kunnen volgend jaar toch minder lenen om een eigen huis te kopen. Positieve berichten over hogere hypotheken blijken lang niet voor iedereen op te gaan. Met name de grote groep huizenkopers die een hypotheek afsluit met een rente onder de 2% kan met ingang van het nieuwe jaar minder lenen. Vereniging Eigen Huis rekende de effecten van de nieuwe hypotheeknormen door.
Minder hypotheek bij lage rente
Veel starters kopen een huis met Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en een rentevaste periode van 10 jaar of langer. De maximale hypotheek onder NHG-voorwaarden blijft volgend jaar met 245.000 euro ongewijzigd.
De rente van deze populaire hypotheken ligt vaak onder de 2% en daarmee kunnen kopers volgens de nieuwe normen straks minder lenen. Oorzaak hiervan zijn nieuwe tabellen om de maximale leenmogelijkheden te bepalen. Een lage hypotheekrente zorgt voor een lagere renteaftrek en die heeft invloed op het deel van het inkomen dat maximaal besteed mag worden aan de hypotheeklasten (de woonquote).
Bij een hypotheekrente van 1,75% kan een eenverdiener met een inkomen van Euro 35.000 volgend jaar Euro 8.164 minder lenen dan nu het geval is. Tweeverdieners met een gezamenlijk inkomen van Euro 40.000 kunnen dan bij hetzelfde rentepercentage Euro 9.331 minder hypotheek krijgen, ondanks dat het tweede inkomen voor een iets groter deel mag worden meegeteld.
Dit jaar nog een hypotheek, handel dan snel
Iedereen die nog onder de huidige voorwaarden zijn hypotheek wil afsluiten moet zorgen dat de aanvraag uiterlijk begin december bij de geldverstrekker binnen is. Dan sluiten banken hun loketten om de aanvragen om nog voor 31 december te kunnen afhandelen. Dit jaar kan een huizenkoper een hypotheekaanvraag doen tot 102% van de marktwaarde van de woning, volgend jaar kan maximaal 101% worden geleend. In 2018 loopt dat terug naar 100%. Kopers zullen dus steeds meer eigen geld moeten neerleggen bij de aankoop van een woning.