maandag 3 september 2018

Naar middelbare school?



Gaat uw kind naar de middelbare school? Dan verandert er financieel wat voor u en uw kind. Met welke kosten en uitgaven moet u rekening houden? Het kan nuttig zijn om nieuwe afspraken met uw kind te maken over geld. Zo bereidt u uw kind voor op een zelfstandige financiële toekomst.

Samen afspraken maken over geld
Als uw kind naar de middelbare school gaat is dit een goed leermoment in de financiële opvoeding. De nieuwe school brengt andere uitgaven mee. Zo zijn er meer verleidingen van kantine en snoepautomaten. Ook het sociale leven van uw kind zal veranderen. Het zal vaker buiten school met vrienden afspreken. Ook gaat uw kind nu bijvoorbeeld zelfstandig de stad in of naar de bioscoop.

Het is een goed moment om (nieuwe) afspraken te maken over de hoogte van het zakgeld. Hoeveel krijgt uw kind? En wat kan en moet het daarvan betalen?

82 % van de scholieren zegt dat hun ouders en verzorgers het belangrijk vinden om hen om te leren gaan met geld
Tip: Uit Nibud-onderzoek blijkt dat 88 procent van de 12 tot 18-jarigen op de middelbare school zakgeld krijgt. Lees meer over de gemiddelde bedragen en  welke afspraken u kunt maken.

Kleedgeld
De overgang naar de middelbare school kan een mooi moment zijn om met kleedgeld te starten. Natuurlijk is de hoogte van het kleedgeld afhankelijk van de afspraken die u er samen over maakt.

Bijbaan
Scholieren krijgen steeds meer mogelijkheden om iets bij te verdienen. Bijvoorbeeld een vakantiebaan, een krantenwijk of oppassen op jonge kinderen in de buurt. U kunt de hoogte van het zakgeld hierop aanpassen.

Uit Nibud-onderzoek (2016) blijkt dat 16 procent van de twaalfjarige middelbare scholieren een bijbaantje heeft. Een kwart doet ook vakantiewerk. Er gelden wel wettelijke regels voor kinderen en werk. Zoals bijvoorbeeld de leeftijd waarop een kind mag werken en hoe lang en wat een kind mag doen.

Een bankrekening
Scholieren zijn steeds meer bezig met geld. De bedragen nemen toe en ze zullen zelf geleidelijk meer betalingen doen. Een eigen bankrekening met pinpas kan handig zijn.

Afspraken maken met pubers
Pubers zullen snel de grenzen opzoeken, ook bij financiële afspraken. Het Nibud helpt u om duidelijke kaders te bieden, en om te gaan met dagelijkse dilemma’s:
• Checklist Geldafspraken met pubers
• Weblog ‘Mam, krijg ik meer zakgeld in de brugklas?’

Kosten voor ouders
De meeste schoolboeken op de middelbare school worden door de overheid betaald. Op het voortgezet onderwijs worden wel extra materialen gebruikt die u zelf moet kopen. Zoals bijvoorbeeld een atlas, woordenboeken en een computer. Maar ook een agenda, een goede tas, gymkleding, pennen, passer, rekenmachine, kaftpapier en schriften zal uw kind nodig hebben. Wat u precies moet kopen hangt af van de school.

Tip: Bestelsystemen voor schoolboeken geven vaak suggesties voor extra leermiddelen (bijvoorbeeld oefenbundels). Vraag eerst bij de school of bij oudere scholieren na of dit echt nodig is.

Tip: Je kunt ook besparen op je schoolspullen door te zoeken naar goedkope winkels, of kies voor creativiteit: koop een goedkope agenda en pimp hem zelf! Inspiratie vind je op Youtube.

Vervoer
De middelbare school is vaak verder weg dan de basisschool. Misschien moet u een nieuwe fiets kopen of een abonnement nemen op het openbaar vervoer.

Mobiele telefoon en internet
Op de middelbare school zal uw kind vaker en langer weg zijn. Een mobiele telefoon kan handig zijn om contact te hebben. Het is goed om afspraken te maken over de kosten van een mobiele telefoon. Nibud geeft tips voor goede afspraken.

Tip: Lesroosters, huiswerk en cijferlijsten staan vaak op internet. Een digitale leeromgeving wordt steeds belangrijker voor scholieren. Een smartphone kan voor uw kind handig zijn. Veel scholen bieden gratis wifi voor leerlingen aan. Een apart internetabonnement is niet altijd nodig.

Schoolreis
Veel middelbare scholen organiseren uitstapjes of schoolreizen voor leerlingen. Een belangrijk verschil met de basisschool zijn de kosten. In de bovenbouw zijn reizen naar het buitenland geen uitzondering. Meegaan op schoolreis is niet verplicht. Wilt of kunt u niet betalen voor deze reis? Dan moet de school voor een ander programma zorgen. Is een schoolreis verplicht vanwege een lesprogramma? Dan zijn er geen kosten voor u.

Ouderbijdrage
Veel scholen vragen een zogenaamde ouderbijdrage om extra culturele of sportieve activiteiten te kunnen betalen. De ouderbijdrage is niet verplicht voor ouders van leerplichtige kinderen. De school mag wel kinderen uitzonderen van activiteiten als er geen bijdrage is betaald. De school moet in dat geval wel voor vervangend onderwijs zorgen.

De hoogte van deze bijdrage verschilt per school. De school kan bij de vaststelling van het bedrag rekening houden met uw inkomen. Veel scholen kennen een kortings- of kwijtscheldingsregeling. Ook is gespreid betalen vaak mogelijk. Neem voor meer informatie contact op met de decaan van de school.

Lees meer over schoolkosten en tegemoetkomingen

Wilt u meer inzicht in de kosten van schoolgaande kinderen? Lees de Geldwijzer Middelbare scholieren 11-14 jaar (e-book).

Tegemoetkomingen in de kosten
Naast de scholen zelf zijn er ook gemeenten die regelingen hebben. Er zijn bijvoorbeeld mogelijkheden voor een vergoeding van specifieke schoolkosten voor gezinnen met weinig geld. Een gemeente kan dan noodzakelijke uitgaven vergoeden die u zelf niet kunt betalen, bijvoorbeeld bepaalde leermiddelen. U kunt dit bij de sociale dienst van uw gemeente navragen. Een alternatief is Stichting Leergeld. Die vergoeden in bepaalde situaties ook schoolkosten, zoals die van een schoolkamp, schooltas of leermiddelen.

Kindgebonden budget
Een gezin met kinderen jonger dan 18 jaar kan in aanmerking komen voor het kindgebonden budget. Dit is een maandelijkse, inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van kinderen. Krijgt u kinderbijslag? Dan zijn uw gegevens automatisch doorgestuurd naar de Belastingdienst. Zij schatten de hoogte van het kindgebonden budget in.

Kinderbijslag
Tot 18 jaar krijgt u kinderbijslag voor de opvoeding en verzorging van uw kind(eren). Als uw kind 12 jaar wordt, gaat dit bedrag omhoog. Voor meer informatie kijkt u op de kinderbijslag.

vrijdag 27 juli 2018

Eigen haard lijkt goud waard

Vaker uit eten

De Nederlandse huizenmarkt kent duidelijke prijsverschillen. Zo zijn er natuurlijk verschillen tussen regio’s en ook tussen type woningen. Opvallender is het dat volgens bijna de helft van de ondervraagden hun huis meer waard is dan dat van de buren. Zo blijkt uit een peiling van het ING Economisch Bureau onder ruim 11.000 mensen op Mijn ING Nieuws.

Huizenprijzen verschillen

Huizen kunnen sterk in waarde verschillen. Gemiddeld verwisselde een Nederlandse woning vorig jaar voor 263.00 euro van eigenaar. In Appingedam lag dat op ongeveer 263.000 euro en in onze hoofdstad Amsterdam 445.000 euro. Belangrijke verklaringen voor deze verschillen zijn factoren als inkomen en demografie. Logische prijsverschillen zijn er ook tussen type woningen: een gemiddeld vrijstaand huis verkocht in 2017 voor ruim 390.000 euro, terwijl een gemiddeld appartement voor 220.000 euro van de hand ging. Extra vierkante meters, binnen of buiten, kennen een prijs.

Meer waard dan de buren

Hoe zit het met de verschillen tussen huizen in dezelfde straat? Volgens bijna de helft van de ondervraagden is hun eigen huis meer waard dan dat van de buren. Slechts een kwart (27%) denkt dat hun huis juist minder waard is dan het huis ernaast. Bijna één op de drie heeft geen mening. Het verschil tussen meer en minder is opvallend als we ons realiseren dat huizen in dezelfde straat veelal redelijk op elkaar lijken en elkaar gemiddeld niet veel zullen ontlopen.

Straatprijs

Binnen een straat zijn er allerlei zaken te bedenken die tot prijsverschillen leiden. Zo zal een pas verbouwd huis gemiddeld voor meer verkocht worden dan een huis met achterstallig onderhoud. Een huis met een dakkapel zal voor net iets meer gaan dan eentje zonder. Minder logisch is het dat bijna de helft van de huiseigenaren denkt dat hun woning meer waard is dan die van de buren. Om dat te verklaren moeten we naar iets anders kijken dan naar de woningen zelf, de verklaring zit m in de eigenaren.

Zelfde huis andere prijs?

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat huiseigenaren de waarde van hun bezit gemiddeld met zo’n 5 tot 10% overschatten. Belangrijke verklaring daarvoor is het zogenaamde Endowment effect. Dat is de neiging om de waarde van wat van jezelf is te overschatten. Het is voor een huiseigenaar nou eenmaal heel lastig in te denken dat anderen zijn mooie met zorg uitgekozen keuken of badkamer misschien net ietsje minder mooi vinden.

Economisch Bureau juli 2018

woensdag 4 juli 2018

Tja, een warmtepomp! Echt een oplossing?




Het kabinet heeft besloten dat we van het gas af moeten, met de warmtepomp als alternatief. Iedereen met een eigen woning zal zelf voor de overstap moeten zorgen, want de gaskraan gaat dicht.  Maar is het wel reëel om te verwachten dat vier miljoen particuliere woningen worden omgezet naar een warmtepomp? Nee dus. Vijf misverstanden over de warmtepomp. 

Misverstand 1 : Overstappen van gasketel naar warmtepomp is een kwestie van een nieuw apparaat kopen. 

Dit is misschien wel het grootste misverstand. Warmteopwekking met een warmtepomp is geen apparaat, het is een heel systeem waarvan de feitelijke pomp slechts een onderdeel is. Dat komt door de geringe warmtecapaciteit van de warmtepomp. Hij werkt namelijk niet met een hittebron, maar roomt steeds een klein beetje warmte af van de lucht. Een prachtige techniek, maar de temperatuur van het verwarmingssysteem komt er niet mee boven de 55 graden. 

Voor een conventionele radiator is dat een te lage temperatuur om een kamer te verwarmen (gasketels gaan tot 80 graden). Daarom zul je in de centrale leefruimte vloerverwarming nodig hebben. In secundaire ruimtes (slaapkamers) kun je volstaan met een speciale convectorradiator. Dan nog moet het systeem hard werken om de ruimtes op temperatuur te houden. Het lauwwarme water stroomt dan ook 24 uur per dag door de leidingen. Dat heeft alleen zin als het huis aan alle kanten volledig is geïsoleerd: muren, dak, vloer, ramen, deuren. 

Een warmtepomp werkt dus alleen wanneer je een sluitende isolatieschil aanbrengt in je woning. Alles wat daarbinnen valt (binnenmuur, plafond, plavuizen) komt dan geleidelijk op kamertemperatuur zodat de hele ruimte als ‘radiator’ gaat fungeren.  Zo’n hermetisch gesloten isolatiesysteem sluit uiteraard ook de luchttoevoer af, wat om mechanische luchtverversing vraagt. Liefst met warmteoverdracht en met sensoren die meten wanneer en hoeveel lucht er moet worden ververst. 

Wat je dus nodig hebt voor een warmtepomp is: 

-      het apparaat (een binnenunit zo groot als een flinke vrieskist en een buitenunit ter grootte van een koelkast met een permanent draaiende propeller). 

-      Elementen voor warmteoverdracht: vloerverwarming en convectorradiatoren

-      Hoogwaardige en volledig sluitende isolatie van ramen, deuren, muren, dak en vloeren. 

-      Mechanische luchtverversing. 

Wat dit alles gaat kosten is per woning verschillend. Schattingen stellen de kosten op maximaal 50.000 euro per woning, maar dat lijkt eerder een gemiddelde. Kijk onderaan dit artikel bijvoorbeeld even mee naar de technische rondleiding door onze woning, een normale tussenwoning uit de jaren vijftig. 

Misverstand 2: Je verdient je investering terug

Waarom zo moeilijk doen over die investeringen? Je verdient het toch terug? Ook dat is een misverstand. Het stroomverbruik van een warmtepomp is, uitgedrukt euro’s, hoger dan het gasverbruik van de conventionele ketel. Na een omvangrijke investering ga je dus ook nog eens meer betalen per maand. De voorgenomen belastingmaatregel op gas en elektriciteit zal daar iets van veranderen, maar niet heel veel. 

Ter illustratie: een gemiddeld gezin verbruikt 1800 kuub gas (ongeveer 990 euro) en 5000 kwh elektriciteit (ongeveer 1000 euro). De productgegevens van een warmtepomp zijn niet eensluidend, maar een experiment in de Zutphense nieuwbouwijk De Teuge leverde een paar jaar geleden interessante cijfers op over het verbruik. Daaruit bleek dat de warmtepomp 6000 extra kwh aan elektriciteit vroeg, oftewel zo’n 1200 euro. Dat is ruim 20 procent meer dan wat een gemiddeld gezin nu aan gas kwijt is.  Het is dus geen ‘investering’, het is gewoon een uitgave. 

Politici die optimistisch spreken over ‘terugverdienen’ gaan er vanuit dat je bovenop je investeringen voor de warmtepomp ook nog eens zonnepanelen aanschaft om in je gestegen elektriciteitsbehoefte te voorzien. Dat is weer een misverstand op zichzelf. 

Misverstand 3: Met zonnepanelen kun je je warmtepomp kostenloos laten draaien

Eén zonnepaneel van een vierkante meter levert gemiddeld 120 kw per jaar op. Voor de 6000 kwh die een warmtepomp in een gemiddelde woning vraagt, zou je dus maar liefst 50 zonnepanelen nodig hebben. Dat kan bij vrijwel geen enkele woning, sterker nog, veel woningen kunnen überhaupt geen, of slechts een paar, zonnepanelen gebruiken. Doordat ze in de schaduw liggen bijvoorbeeld, of vanwege ongunstige plaatsing van het dak of dakkapellen. 

Voor woningen die wel veel zonnepanelen kunnen dragen, schuilt er nog een fikse adder onder het gras. De zon schijnt namelijk vooral in de zomer, maar warmte heb je nodig in de winter. In januari en februari wordt er gemiddeld maar 3 procent van de totale jaarlijkse zonne-energie opgewekt. Helaas kun je de zomerzon niet bewaren en door het afschaffen van de salderingsregeling kun je het opwekkingsverschil vanaf 2020 ook niet meer compenseren. De praktijk is dan ook dat je in de zomer veel energie gratis aan het net  zult schenken en in de winter moet je er net zoveel voor betalen als ieder ander. 

Misverstand 4: Als iedereen het doet wordt het goedkoper

Dat geldt wellicht voor het apparaat zelf. Als er vier miljoen nodig zijn, dan zal massaproductie zorgen voor een dalende prijs. Het probleem is alleen dat het grootste deel van de investering niet zit in het apparaat, maar in de aanpassingen van het huis zoals hierboven geschetst. Dat is vooral mensenwerk, en zoals we weten wordt arbeid niet goedkoper als de vraag stijgt, die wordt juist duurder. Wanneer er vier miljoen particuliere huizen moeten worden aangepast vóór 2050 zijn er veel te weinig mensen beschikbaar en zullen de prijzen voor zo’n project door het dak gaan. Alleen de aankondiging van Wiebes dat de Groningse gaskraan over 12 jaar dicht gaat heeft waarschijnlijk al een fikse premie gezet op elke offerte die nu wordt aangevraagd. We moeten immers wel, zo weten ook de installateurs nu. 

Misverstand 5: Er is geen alternatief 

Natuurlijk wel. Hoe zou je het aan kunnen pakken? Ten eerste: geen enkele gasaansluiting meer voor nieuwbouw, zover zijn we nu gelukkig al. Ten tweede, pak de grootverbruikers aan die hun gas centraal verstoken en dus gemakkelijker op alternatieven kunnen overstappen. Denk aan industrie en tuinbouw. Ten derde, ga coulanter om met bestaande woningen. Accepteer gasgebruik, importeer het desnoods als Groningen echt helemaal dicht moet. Aardgas is nog altijd de minst vervuilende fossiele brandstof, in vergelijking met kolen en olie. In veel landen geldt overstappen op aardgas als een milieumaatregel. Tel je zegeningen. 

Stimuleer de vrije markt vervolgens om systemen van stads- of blokverwarming aan te leggen volgens het model dat we kennen van glasvezel. Een organisatie mobiliseert dan wijken of dorpen om in te tekenen op een project dat vervolgens collectief, en dus goedkoop kan worden aangelegd. Huizen die overblijven kunnen geleidelijk aan overstappen op de warmtepomp. Zet er geen einddatum op, maar maak gas wel steeds duurder over een periode van bijvoorbeeld vijftig jaar. 

Overigens zijn er ook minder wenselijke alternatieven denkbaar waarmee de gedwongen verbouwing ontlopen kan worden. Wat dacht je van pelletkachelverwarming, in combinatie met butagas (of methaan) voor het fornuis. Lekker op z’n Frans. Dat zal de fijnstof niet ten goede komen, maar wat als je de extra maandelijkse lasten voor de aanschaf van een warmtepompsysteem gewoon niet kunt dragen? Met de extreme oplossing waarvoor dit kabinet heeft gekozen, is het vragen om ongewenste olifantenpaadjes. 


KADER: Wat moet er gebeuren om een warmtepomp te kunnen gebruiken in onze normale jaren vijftig tussenwoning? 

- Aanschaf en installatie warmtepomp. Binnen- en buitenunit.

- Woonkamer: volledige houten vloer wegbreken. Opvullen kruipruimte met beton en isolatie. Daarbovenop de vloerverwarming en plavuizen. De houten topvloer van antiek eiken (twv 3000 euro) moet helaas naar Marktplaats. 

- Aanbouw van het huis: betonnen vloer moet uitgedrild worden tot zo’n tien a 15 centimeter diepte. Dan plaatsing van isolatie en vloerverwarming. 

- Hal met de trap naar boven: dat is een lastig geval. Deze ruimte wordt van de kelder eronder gescheiden door een betonnen plaat. Vloerverwarming kan ook niet bovenop de bestaande vloer aangebracht worden, dan worden de deuropeningen te laag. Daarom zullen we een convectorradiator moeten gebruiken. Dat geeft hier onvoldoende warmte, maar het is beter dan niets. Omdat de hal niet volledig op temperatuur gebracht kan worden, moeten alle binnendeuren die daarop uitkomen mee worden genomen in onze isolatieschil, met tochtstrips en drangers bijvoorbeeld. 

- Badkamer: moet geheel worden vernieuwd, heeft geen vloerverwarming. Alleen dat is al zo’n 15 duizend euro. 

- Slaapruimtes: plaatsing convectorradiatoren. Als er ’s winters gestudeerd of gewerkt moet worden, dan kan een elektrisch kacheltje bijverwarmen. 

- Ruiten: gelukkig hebben we overal dubbel glas, hoewel we nog moeten controleren of de kwaliteit daarvan (en van de kozijnen) afdoende is. 

- Spouwmuren: moeten voor en achter worden geïsoleerd. 

- Zolderverdieping: is al gedeeltelijk geïsoleerd (de dakkapellen). De rest van het dak heeft gedateerde isolatie die moet worden vervangen. 

- Luchtkwaliteit: plaatsing van een mechanische luchtverversingsysteem bestaande uit een centraal apparaat dat via buizen verbonden is met alle woonruimtes in het huis. 

- Bijkomende werkzaamheden: de aanleg van nieuwe vloeren, leidingen en een ventilatiesysteem maakt het noodzakelijk om de hele benedenverdieping opnieuw te stuccen. 

De hele operatie, inclusief de aanschaf van de warmtepomp zelf, zal niet onder de 50.000 euro komen voor onze doodnormale tussenwoning. In totaal zijn er 4 miljoen eigen woningen in Nederland. Met een mogelijk gemiddelde van 50.000 euro zou het totaalbedrag uitkomen op 200 miljard. 

Ter illustratie: de deltawerken kostten 5 miljard. Dat was politiek destijds een zeer zware beslissing. Dit keer heeft het kabinet de rekening echter bij de burgers zelf neergelegd en kon Wiebes daarom volstaan met een eenvoudige mededeling: vanaf 2050 wordt er geen gas meer geleverd, succes mensen. 

Bron: Rob Goossens

maandag 25 juni 2018

Minipensioenen komen te vervallen - Kom in actie

Neem je niet meer deel aan een pensioenregeling, bijvoorbeeld door een andere baan, dan mag de pensioenuitvoerder jouw pensioen onder bepaalde voorwaarden afkopen als het een klein pensioen is. Een klein pensioen is een uitkering tot € 474,11 per jaar (1 januari 2018). Afkoop betekent dat je een bedrag ineens krijgt uitgekeerd. Je krijgt in de toekomst geen pensioen meer.
Wat gaat er veranderen?Tot 2018 mochten pensioenuitvoerders jouw kleine pensioen afkopen 2 jaar nadat je was gestopt met deelname aan de pensioenregeling. Maar de overheid wil graag dat ‘pensioengeld’ ook echt pensioengeld blijft. Daarom kunnen pensioenuitvoerders er voor kiezen om mee te doen aan automatische waardeoverdracht in plaats van het afkopen van kleine pensioenen. Na 2018 vervallen hele kleine pensioenen, van minder dan € 2 per jaar, als je stopt met deelnemen aan de regeling.

Waar moet je op letten?
• Is jouw pensioen afgekocht, dan hebben je partner en/of kinderen geen recht meer op nabestaandenpensioen als je komt te overlijden.
• Het afkoopbedrag dat je ontvangt is niet gelijk aan het opgebouwde jaarlijkse pensioen, maar hoger. Wil je weten hoe het wordt berekend? Vraag het je pensioenuitvoerder.
• Ontvang je een afkoopuitkering, dan is je inkomen in dat jaar ineens een stuk hoger en moet je misschien extra belasting betalen. Afkoop heeft ook gevolgen voor de eventuele toeslagen die je van de belastingdienst ontvangt. Lees hieronder meer over wat dit betekent.
• Afkoop is niet altijd toegestaan. Lees hieronder wanneer afkoop wel en niet mag.

Wat betekent afkoop voor je belasting en je toeslagen?
Als jouw pensioen wordt afgekocht, dan is je inkomen in dat jaar ineens een stuk hoger. Omdat je jaarinkomen hoger is, moet je misschien extra belasting betalen. Afkoop heeft ook gevolgen voor de eventuele toeslagen die je van de Belastingdienst ontvangt. Zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget of kinderopvangtoeslag zijn afhankelijk van je bruto jaarinkomen. Ga na of de afkoop gevolgen heeft voor jouw toeslagen en voorkom dat je een toeslag moet terugbetalen. Ga ook na of je extra belasting moet betalen, zodat je niet onverwachts een aanslag krijgt.
Voor huurtoeslag gelden er speciale regels bij pensioenafkoop. Ga daarom voor meer informatie over toeslagen en toetsinginkomen naar de website van de belastingdienst. Heb je hier vragen over neem contact op met de belastingdienst.
Pensioenafkoop kan door de verhoging van het jaarinkomen ook gevolgen hebben voor een AOW-partnertoeslag, een nabestaandenuitkering of een overbruggingsuitkering. Wat dit voor jou betekent kun je nalezen op de website van het SVB.
Wordt je pensioen afgekocht als je met pensioen gaat? Bij afkoop van pensioen vóór de AOW-gerechtigde leeftijd val je vaak in een hoger belastingtarief dan na ingang AOW. Je kunt je pensioenuitvoerder vragen om het afkoopbedrag later uit te betalen. Dit is wel afhankelijk van het reglement en van de bereidwilligheid van de pensioenuitvoerder.

Wanneer is afkoop niet toegestaan?

De pensioenuitvoerder mag jouw pensioen niet afkopen als:
• jouw pensioen hoger is dan het wettelijk minimum (€474,11 bruto per jaar vanaf 1 januari 2018)
• je waardeoverdracht hebt aangevraagd
• jij daar niet mee instemt.

Wanneer is afkoop wel toegestaan?

• Als jouw pensioenuitvoerder meedoet aan het systeem van automatische waardeoverdracht, en je hebt geen nieuwe pensioenuitvoerder 5 jaar nadat je bent gestopt met deelnemen. Afkoop mag dan alleen als jij daarmee instemt.
• Bij de start van de uitkering van een klein ouderdomspensioen. Afkoop mag dan alleen als jij daarmee instemt.
• Bij de start van de uitkering van een klein partnerpensioen en als de deelname aan de pensioenregeling na 1 januari 2007 is beëindigd. Afkoop mag dan alleen als jij daarmee instemt.


Bron: AFM

dinsdag 17 april 2018

Handige webtool voor samenwoners, geregistreerd partners of gehuwden

Met behulp van een webmodule kan per soort samenlevingsvorm een checklist samengesteld worden.
Aan de hand van de invoer worden suggesties gegeven voor: Belastingen en toeslagen, Wonen, Kinderen, Zorg, Uitkeringen en pensioenen, Verzekeringen en bankzaken, Algemeen.
Klik hieronder voor:

vrijdag 13 april 2018

Daling transacties zet versterkt door waardoor de consument steeds meer onder de gespannen woningmarkt lijdt!


 



De daling in het aantal door NVM-makelaars verkochte bestaande koopwoningen in Nederland, die de NVM eind 2017 al constateerde, zet in 2018 versterkt door. 

Er zijn in het afgelopen kwartaal van 2018 in Nederland bijna 13% minder woningen van eigenaar veranderd vergeleken met een jaar geleden. In totaal verkochten de NVM-makelaars ruim 33.800 woningen (totale markt: 48.000), bijna 5.000 minder dan een jaar eerder.

De daling in het aantal verkopen is met 19% het stevigst bij appartementen. Ook bij de andere woningtypen zien we een duidelijke daling in het aantal verkopen.
 
Met het krimpende woningaanbod in Nederland komt ook aan de prijsstijgingen maar geen einde. De transactieprijs in Nederland is gestegen tot € 273.000,= voor de gemiddeld verkochte woning en daarmee 9,7% hoger dan een jaar eerder. Het tekort aan beschikbare appartementen in Nederland vertaalt zich in een stevige prijsstijging van bijna 16%. Bij alle andere woningtypen in Nederland is de prijsontwikkeling minder sterk dan het landelijke gemiddelde.
 
In de afgelopen jaren is de aandacht vaak uitgegaan naar de regio Amsterdam. Daar zijn de prijzen het afgelopen kwartaal weliswaar flink gestegen in vergelijking met een jaar eerder, maar er zijn inmiddels regio’s waar de prijs van de verkochte woningen het afgelopen jaar harder omhoog zijn gegaan. Zoals Den Haag met ruim 24% en in mindere mate Rotterdam met een plus van 15%. De vraag in de regio Den Haag is het afgelopen jaar hard gestegen, terwijl het aanbod bij lange na niet voldoende is om aan de vraag te voldoen. Naast de reguliere woningzoeker komen NVM-makelaars steeds meer expats tegen bij bezichtigingen, in centraal gelegen buurten gaat het soms wel om 40% tot 50% van de bezichtigers. Daarnaast zijn particuliere beleggers op de Haagse woningmarkt actief; zij kopen 1 op de 5 woningen. En in Den Haag strijken ook woonconsumenten neer vanuit Amsterdam.
 
In een jaar tijd daalde de verkooptijd in Nederland van de gemiddeld verkochte woning van 75 dagen naar 56 dagen in het 1e kwartaal van 2018. Deze daling doet zich bij alle woningtypen voor. Verkochte vrijstaande woningen in Nederland hebben ruim 4 maanden nodig gehad om een koop af te ronden, appartementen slechts ruim een maand. Van alle verkopen in Nederland in het afgelopen kwartaal, is 70% verkocht binnen 90 dagen. Het aantal huizen dat een jaar of langer te koop staat in Nederland, loopt snel terug waarbij overigens nog steeds grote regionale verschillen zijn.
 
Het woningaanbod in Nederland is een jaar tijd met meer dan een derde gedaald. Er stonden halverwege het afgelopen kwartaal bij NVM-makelaars 51.000 woningen te koop (totale markt 73.000). Nog maar 8.281 hiervan zijn appartementen; 46,7% minder dan vorig jaar. Ook het aantal te koop staande tussenwoningen (8.892) daalde met 37,9% erg hard. Het aantal van ruim 20.000 vrijstaande woningen is nog wel fors te noemen, al daalde ook dit woningtype met 28% vergeleken met een jaar eerder. De instroom van nieuw aangeboden woningen in Nederland, dus woningen die in het 1e kwartaal 2018 te koop zijn gezet, bedroeg 34.000. Dat is 8,5% minder dan een jaar geleden en 23,4% minder dan vorig kwartaal. Het 1e kwartaal 2018 is altijd een kwartaal waarin het aantal nieuw aangeboden woningen laag ligt. Het aantal woningen dat op de markt komt is veel te laag om aan de grote vraag te voldoen. Dat wordt, nogmaals, extra versterkt door het feit dat consumenten wachten met het te koop zetten van hun eigen woning totdat ze een nieuwe woning hebben aangekocht.
 
De consument in Nederland heeft op dit moment gemiddeld nog keuze uit 4,5 woningen. Een jaar eerder kon hij/zij nog kiezen uit 6,1 woningen en vijf jaar geleden uit bijna 30 huizen en op dit moment slechts 2,6 woningen in Haaglanden.
 
Ook de nieuwbouw in Nederland kende in het 1e kwartaal 2018 een tegenvallend aantal transacties. NVM-makelaars verkochten de afgelopen periode slechts 7.300 nieuwbouwwoningen (totale markt 10.500). Dat betekent een daling van 5% ten opzichte van vorig jaar en 11% minder dan vorig kwartaal. Het gebrek aan (nieuw) aanbod is de belangrijkste oorzaak van deze daling. Slechts 6.800 nieuwbouwkoopwoningen werden door NVM-makelaars te koop gezet, een stabilisatie met een jaar geleden, maar 36% minder dan vorig kwartaal. Het totale te koop staande nieuwbouwaanbod in Nederland kwam op 13.800 woningen, eveneens een stabilisatie met vorig jaar. De nieuwbouw moet dus snel en drastisch een ‘boost’ krijgen.
 
De flinke daling van de transacties komt bijna volledig op conto van West-Nederland. De andere landsdelen bleven nagenoeg stabiel. Een zeer beperkt nieuw aanbod in Den Haag en Utrecht is hier mede debet aan. De nieuwbouwmarkt in West-Nederland blijft daardoor krap. Wat wellicht ook meespeelt is dat in West-Nederland bijna uitsluitend middeldure nieuwbouw wordt ontwikkeld. Maar liefst twee derde van de verkochte nieuwbouw in West-Nederland is 300.000 euro of duurder, in heel Nederland is dat ruim de helft.
 
Voor de startende woonconsument met een beperkt budget zien de kansen op de koopwoningmarkt in Nederland er steeds somberder uit. Vergeleken met een jaar eerder zijn er in het 1e kwartaal 2018 bijna 40% minder woningen verkocht in de prijsklasse tot en met € 150.000,=. In de prijsklassen tot 2 ton en 2,5 ton is de daling met 19% en 16% ook fors te noemen. Uiteindelijk zijn er in de prijsklasse tot € 250.000,= zo’n 5.400 woningen minder verkocht. Voor starters zijn er problemen aan zowel de aanbodkant als aan de vraagkant alsmede door de stijgende woningprijzen. Zo zijn in het verleden door woningcorporaties flinke aantallen corporatiewoningen verkocht aan particulieren. En vaak zitten die woningen in het lagere prijssegment. Betaalbaar aanbod dus voor de woonconsument met een beperkt budget. In 2014 waren het er zelfs bijna 18.000. In 2017 was dit aantal echter gedaald tot bijna 9.200 woningen, ruim 48% minder dan in 2014. Hoewel er legitieme redenen zijn voor de woningcorporaties om de woningen in eigen bezit te houden, verdwijnt hierdoor wel een welkome aanvulling aan betaalbare koopwoningen op de woningmarkt.
 
Mede door de achterblijvende nieuwbouw in Nederland, verwacht de NVM dat het aantal transacties en het aanbod aan koopwoningen de komende periode verder zal afnemen. Als gevolg daarvan zullen de prijzen ook blijven stijgen. Er moet nu echt iets gebeuren! Bestemmingsprocedures in zowel de binnensteden als in het buitengebied moeten drastisch worden ingekort, anders loopt de woningmarkt volledig vast. Het kabinet is gevraagd om gepaste maatregelen te nemen om dit te voorkomen. Als de nieuwbouw achterblijft, moeten we vaart maken met transformatie van commercieel vastgoed naar woningen en appartementen. Zorg ervoor dat woningen ‘toekomstproof’ zijn, gericht op alle doelgroepen en op de locaties waar het nodig is. De NVM ziet nu landelijk dat er veel kleine appartementen worden gebouwd, maar dat is een tijdelijke oplossing. Door de gestegen woningprijzen kunnen veel mensen zich niet veel meer vierkante meters veroorloven. Straks is dat misschien anders en willen mensen meer ruimte en voorzieningen. Dan zijn die kleine appartementen waardeloos geworden. De NVM roept ook de woningcorporaties op om snelheid te maken met het afstoten van corporatiewoningen. Er moet voor gezorgd worden dat starters ook in de huidige woningmarkt over voldoende woonopties beschikken. Of dat nu in de koopsector of in de vrije huursector is, moet per regio bekeken worden.
 
De cijfers
In de Gemeente Den Haag zijn er in het 1e kwartaal 2018 17,4% minder woningen (1.029 woningen) verkocht t.o.v. het 1e kwartaal 2017. T.o.v. van het voorgaande kwartaal zijn er 19,2% minder woningen verkocht. De gemiddelde transactieprijs bedraagt in het 1e kwartaal 2018 € 292.791,=. T.o.v. een jaar geleden is de gemiddelde transactieprijs gestegen met 30,5% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gestegen met 5,8%. De gemiddelde verkooptijd in de Gemeente Den Haag bedraagt in het 1e kwartaal 2018 31 dagen versus 39 dagen t.o.v. een jaar geleden.
 
In de Gemeente Delft is t.o.v. het 1e kwartaal 2017 een daling in transacties (185 woningen) van 19%. In vergelijking met het voorgaande kwartaal zijn er 10,3% minder woningen verkocht. De gemiddelde verkoopprijs bedraagt in het 1e kwartaal 2018 € 250.417,=. T.o.v. een jaar geleden is dit een prijsstijging van 10,1% en t.o.v. het voorgaande kwartaal een prijsdaling van 0,2%. De gemiddelde verkooptijd bedraagt in het 1e kwartaal 2018 37 dagen versus 46 dagen t.o.v. een jaar geleden.
 
In het Westland zijn t.o.v. het 1e kwartaal 2017 6,3% minder woningen verkocht (189 woningen). T.o.v. van het voorgaande kwartaal zijn er 16,6% minder woningen verkocht. Het Westland laat een prijsstijging zien van 6,1% t.o.v. een jaar geleden en t.o.v. het voorgaande kwartaal een stijging van 2,8%. De gemiddelde transactieprijs is € 300.366,= en de gemiddelde verkooptijd bedraagt 67 dagen versus 62 dagen t.o.v. een jaar geleden.
 
In  de Gemeente Rijswijk is t.o.v. het 1e kwartaal 2017 het aantal verkopen gedaald met 23,4% (106 woningen) en t.o.v. het voorgaande kwartaal zijn er 28,6% minder woningen verkocht. De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gestegen met 24,7% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gestegen met 5%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 255.628,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 50 dagen versus 83 dagen t.o.v. een jaar geleden.
 
In  de Gemeente Wassenaar is t.o.v. het 1e kwartaal 2017 het aantal verkopen gedaald met 11,8% (59 woningen) en t.o.v. het voorgaande kwartaal zijn er 36,5% minder woningen verkocht. De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gestegen met 12,5% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gestegen met 14,7%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 650.036,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 115 dagen versus 95 dagen t.o.v. een jaar geleden.
 
In  de Gemeente Zoetermeer is t.o.v. het 1e kwartaal 2017 het aantal verkopen gedaald met 17,8% (260 woningen) en t.o.v. het voorgaande kwartaal zijn er 22,7% minder woningen verkocht. De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gestegen met 18,7% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gestegen met 7,7%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 256.559,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 53 dagen versus 59 dagen t.o.v. een jaar geleden.
 
In  de Gemeente Leidschendam-Voorburg is t.o.v. het 1e kwartaal 2017 het aantal verkopen gedaald met 0,2% (213 woningen) en t.o.v. het voorgaande kwartaal gedaald met 19,5%. De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gestegen met 19,5% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gestegen met 0,7%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 310.846,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 32 dagen versus 35 dagen t.o.v. een jaar geleden.
 
In  de Gemeente Pijnacker-Nootdorp is t.o.v. het 1e kwartaal 2017 het aantal verkopen gedaald met 38,4% (77 woningen) en t.o.v. het voorgaande kwartaal zijn er 24,5% minder woningen verkocht. De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gestegen met 8,8% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gedaald met 1%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 357.752,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 64 dagen versus 60 dagen t.o.v. een jaar geleden.
 
In  de Gemeente Lansingerland (Berkel en Rodenrijs, Bergschenhoek en Bleiswijk) is t.o.v. het 1e kwartaal 2017 het aantal verkopen gestegen met 12,8% (122 woningen) en t.o.v. het voorgaande kwartaal zijn er 9,8% minder woningen verkocht. De prijs t.o.v. een jaar geleden is gestegen met 10,1% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gestegen met 2,4%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 360.371,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 62 dagen versus 81 dagen t.o.v. een jaar geleden.
 

donderdag 22 februari 2018

‘Woningtekort neemt komende jaren nog verder toe’

dinsdag 1 augustus 2017

Aflossen op uw hypotheek? Doen of niet?

Met enige regelmaat duiken er in de media berichten op over de nadelen van het versneld aflossen van een hypotheek.

Bij nadere inspectie blijkt het dan meestal om ‘nadelen’ te gaan vergelijkbaar met de noodzaak om een geheel nieuwe garderobe aan te schaffen nadat je op doktersadvies 15 kilo bent afgevallen. 

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat aflossen altijd het devies is, maar wél dat een afgelost huis per definitie voordeliger is dan een huurwoning of een koophuis met een hoge hypotheekschuld. Wie eenmaal hypotheekvrij woont, kan in de regel doorstromen naar een kleinere woning of een appartement zonder daarvoor bij de bank te hoeven aankloppen en hoeft bij een verhuizing geen loonstrookje te overleggen.

Toch is er minstens één scenario denkbaar waarin een afgeloste woning geen verlichting biedt, maar juist een loden last kan zijn. Getroffen worden vooral huizenbezitters die hun werk zijn kwijtgeraakt en na de WW terecht dreigen te komen in de bijstand. Daar gelden heel andere regels: niet alleen moet er veel vaker worden gesolliciteerd, ook wordt het vermogen meegenomen bij de beoordeling of er recht is op een uitkering.

Voorheen konden vijftigplussers in een dergelijke situatie terugvallen op de IOAW (waarbij het vermogen buiten beschouwing werd gelaten) en zestigplussers zelfs op de IOW (waarbij ook niet werd gekeken naar het eventuele inkomen van de partner). Inmiddels zijn die regels komen te vervallen voor iedereen die na 1 januari 1965 is geboren, zodat kersverse vijftigplussers buiten dit soepele regime vallen.

Wie hypotheekvrij woont of de woning voor een groot deel heeft afgelost, zal eerst de overwaarde moeten benutten voor zover die uitkomt boven de 49.900 euro. Om die reden wordt weleens gesuggereerd dat je als werkloze oudere beter af bent met een niet-afgeloste woning (en weinig spaargeld), omdat je dan tenminste recht hebt op een uitkering zolang je geen nieuwe baan hebt gevonden. 

Daar valt wel het een en ander op af te dingen, al was het maar dat de gang naar de gemeente door veel mensen per definitie als een vernedering zal worden ervaren. Het is geen pretje om als ontslagen werknemer of failliete ondernemer de les te worden gelezen door een baliemedewerker die net van school af is, of om als tegenprestatie papier te moeten prikken met een fluorescerend hesje aan.

Los daarvan zal de uitkering zelden toereikend zijn om de lasten te betalen van een hypotheek waarop al die jaren niets is afgelost. Alleen wie in een goedkoop koophuis woont met een lage hypotheek en weinig overwaarde bevindt zich ongeveer in dezelfde positie als een huurder, zij het dat die laatste recht heeft op huurtoeslag. In de meeste gevallen zal een bijstandsuitkering tekortschieten om de woonlasten te betalen, al was het maar omdat er ook minder wordt geprofiteerd van de hypotheekrenteaftrek. Er moet netto dus meer worden betaald, terwijl de inkomsten juist fors zijn gedaald.

Wie helemaal hypotheekvrij is en in die zin bijna gratis woont, heeft als voordeel dat hij dankzij die lage lasten elke slechtbetaalde baan kan aannemen die voorbijkomt. Niet alleen hoeft het huis dan niet te worden verkocht of ‘opgegeten’, het voorkomt ook een gang naar het uitkeringsloket. Zo zorgt het tijdig aflossen van de hypotheek zowel voor een zekere mate van zelfbeschikking als voor behoud van zelfrespect.


Bron: https://www.rd.nl/vandaag/economie/je-hypotheek-versneld-aflossen-doen-of-niet-1.1419057

woensdag 30 november 2016

Besparen op medicijnengebruik

medicijnen geldPatiënten krijgen de medicijnen die ze voor het eerst gebruiken voortaan voor maximaal 15 dagen mee. Er wordt eerst gekeken of het middel goed werkt, voordat apothekers middelen voor een langere periode meegeven. Als medicijnen meer kosten dan € 1.000,- per maand, worden de eerste 6 maanden niet voor langer dan 1 maand medicijnen meegegeven.

En in het geval van intensieve zorg thuis, bijvoorbeeld in de laatste fase van iemands leven, bepaalt de patiënt (of zijn naasten) met de betrokken zorgverleners welke medicijnen nodig zijn. En welke niet. Maatwerk is daarbij het uitgangspunt.

Met deze afspraken binden patiënten, artsen, apothekers, verpleegkundigen en zorgverzekeraars samen de strijd aan tegen de verspilling van medicijnen. Negen verschillende organisaties hebben hun handtekening gezet onder het ‘Akkoord Afspraken prescriptieregeling’. Minister Edith Schippers: ‘Het is zonde als medicijnen ongebruikt weggegooid moeten worden, zeker als dat door slimmer voorschrijven voorkomen kan worden. Ik ben blij met deze mooie stap.’

In de praktijk
Afgelopen zomer heeft de Stichting Farmaceutische Kerngetallen (SFK) een nulmeting gedaan. Daaruit bleek dat medicijnen bij eerste uitgifte nu nog in meer dan 20% van de gevallen voor meer dan 15 dagen worden meegegeven. In 2017 wordt de meting opnieuw uitgevoerd om te kijken wat de effecten van het akkoord zijn.

Meldpunt Verspilling
Het akkoord is een direct gevolg van het Meldpunt Verspilling dat minister Edith Schippers (Volksgezondheid) heeft ingesteld. Bij dit meldpunt zijn meer dan 22.500 meldingen binnengekomen. Veel van deze meldingen zijn afkomstig van mensen die medicijnen overhouden doordat deze voor te lange tijd worden voorgeschreven.

‘Artsen moeten eerst kijken of een medicijn aanslaat bij een patiënt, dus moeten ze niet 30 stuks voorschrijven. Bij mijn broer waren vaak medicatiewisselingen en hij had dozen van medicatie thuis die hij niet meer hoefde te gebruiken. Zonde voor de verspilling,’ schreef één van de melders.

Het akkoord is ondertekend door: Patiëntenfederatie Nederland, Federatie Medisch Specialisten (FMS), Vrijwillige Palliatieve Terminale Zorg Nederland (VPTZ), Zorgverzekeraars Nederland (ZN), Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP), Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (VenVN), Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en Nederlandse Vereniging van ZiekenhuisApothekers (NVZA).

dinsdag 15 november 2016

Verklein de subsidie verschillen op de woonmarkt

Huishoudens met een te hoog inkomen voor een sociale huurwoning zijn aangewezen op het vrije huursegment als ze geen koopwoning kunnen of willen kopen. Dit is financieel onaantrekkelijk, want de vrije huursector is het enige deel van woningmarkt waar de overheid geen financiële ondersteuning biedt. Mede hierdoor woont slechts vijf procent van de Nederlandse huishoudens in het vrije huursegment.

De omvang kan worden vergroot door de subsidieverschillen voor koopwoningen, sociale huurwoningen en vrije huurwoningen te verkleinen. Om het commerciële aanbod van goedkopere huurwoningen te stimuleren, kan daarnaast worden overwogen om commerciële verhuurders uit te sluiten van de verhuurderheffing en nieuwe huurcontracten van commerciële verhuurders te liberaliseren.

Het vraagstuk van de vrije huursector is actueel, gezien de overwegingen om de hypotheeknormen verder aan te scherpen. De vraag of er iets moet gebeuren en welke maatregelen genomen moeten worden, is uiteindelijk aan de politiek. Dit concluderen Stefan Groot, Jan Möhlmann en Arjan Lejour van het Centraal Planbureau (CPB) in de vandaag verschenen Policy brief 'De positie van de middeninkomens op de woningmarkt'.

Huishoudens met een middeninkomen (een inkomen tussen de 35.000 en 50.000 euro) zijn vaker dan andere inkomensgroepen aangewezen op het vrije huursegment. Huurders in het vrije huursegment hebben hogere woonlasten zonder dat er een goede reden lijkt te zijn om deze groep anders te behandelen. Het verkleinen van subsidieverschillen voor de verschillende soorten woningen kan door een verdere afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Ook kunnen de sociale huurprijzen meer marktconform worden gemaakt. Een andere mogelijkheid is om juist een subsidie te introduceren in het vrije huursegment. Als dit tegelijk gebeurt met een afbouw van de bestaande subsidies, leidt dit niet tot een toename van de subsidiëring. Anders geven we als samenleving (nog) meer geld uit aan wonen dan economisch gezien optimaal zou zijn.

Er is een tekort aan goedkopere huurwoningen doordat commerciële verhuurders deze woningen beperkt aanbieden. Het is om twee redenen voor commerciële verhuurders niet aantrekkelijk om deze woningen aan te bieden. Ten eerste zijn deze woningen gebonden aan maximale huren. Ten tweede moeten commerciële verhuurders met meer dan tien woningen een verhuurderheffing betalen voor huurwoningen die in aanmerking komen voor huurtoeslag. Vaak wordt gedacht dat er oneerlijke concurrentie ontstaat als de verhuurderheffing alleen voor commerciële verhuurders wordt vrijgesteld. Dat is niet zo, omdat woningcorporaties andere voordelen hebben ten opzichte van commerciële verhuurders. Woningcorporaties worden nu namelijk bevoordeeld via garantstellingen van de overheid en doordat ze vaak lagere prijzen voor bouwgrond hoeven te betalen.

Download hier het rapport: De positie van de middeninkomens op de woningmarkt

maandag 7 november 2016

Veel huizenkopers volgend jaar toch een lagere hypotheek


 Veel mensen kunnen volgend jaar toch minder lenen om een eigen huis te kopen. Positieve berichten over hogere hypotheken blijken lang niet voor iedereen op te gaan. Met name de grote groep huizenkopers die een hypotheek afsluit met een rente onder de 2% kan met ingang van het nieuwe jaar minder lenen. Vereniging Eigen Huis rekende de effecten van de nieuwe hypotheeknormen door.

Minder hypotheek bij lage rente
Veel starters kopen een huis met Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en een rentevaste periode van 10 jaar of langer. De maximale hypotheek onder NHG-voorwaarden blijft volgend jaar met 245.000 euro ongewijzigd.

De rente van deze populaire hypotheken ligt vaak onder de 2% en daarmee kunnen kopers volgens de nieuwe normen straks minder lenen. Oorzaak hiervan zijn nieuwe tabellen om de maximale leenmogelijkheden te bepalen. Een lage hypotheekrente zorgt voor een lagere renteaftrek en die heeft invloed op het deel van het inkomen dat maximaal besteed mag worden aan de hypotheeklasten (de woonquote).

Bij een hypotheekrente van 1,75% kan een eenverdiener met een inkomen van Euro 35.000 volgend jaar Euro 8.164 minder lenen dan nu het geval is. Tweeverdieners met een gezamenlijk inkomen van Euro 40.000 kunnen dan bij hetzelfde rentepercentage Euro 9.331 minder hypotheek krijgen, ondanks dat het tweede inkomen voor een iets groter deel mag worden meegeteld.

Dit jaar nog een hypotheek, handel dan snel
Iedereen die nog onder de huidige voorwaarden zijn hypotheek wil afsluiten moet zorgen dat de aanvraag uiterlijk begin december bij de geldverstrekker binnen is. Dan sluiten banken hun loketten om de aanvragen om nog voor 31 december te kunnen afhandelen. Dit jaar kan een huizenkoper een hypotheekaanvraag doen tot 102% van de marktwaarde van de woning, volgend jaar kan maximaal 101% worden geleend. In 2018 loopt dat terug naar 100%. Kopers zullen dus steeds meer eigen geld moeten neerleggen bij de aankoop van een woning.

donderdag 27 oktober 2016

Rentemiddeling

Rentemiddeling kan aantrekkelijk zijn voor woningeigenaren die willen profiteren van de lage actuele hypotheekrente, maar geen eigen geld willen gebruiken om de vergoeding bij vervroegd aflossen te betalen. Of rentemiddeling voordelig is, hangt af van uw specifieke situatie.

In het kort

  • Veel woningeigenaren willen profiteren van de historisch lage hypotheekrente; dat kan door een tussentijdse renteaanpassing.
  • U kunt de destijds overeengekomen renteperiode ineens afkopen en de vergoeding bij vervroegd aflossen (boetrente) met eigen geld afrekenen.
  • Soms is het ook mogelijk om gebruik te maken van rentemiddeling; de afkoopkosten worden dan verrekend in een opslag die bovenop het nieuwe rentetarief komt.
  • Steeds meer banken bieden rentemiddeling aan.
  • Rentemiddeling kan uitsluitend bij uw eigen bank; u kunt uw hypotheek alleen oversluiten naar een andere geldverstrekker als u de afkoopkosten contant afrekent.

Rentemiddeling: alternatief voor oversluiten

Bij rentemiddeling wordt uw huidige hypotheekrente gemiddeld met de lage actuele rente, waardoor uw maandlasten direct dalen. De meeste banken verrekenen de kosten van de tussentijdse renteaanpassing in het nieuwe rentetarief. Er is niet één uniforme berekeningswijze. Steeds meer banken bieden rentemiddeling aan.

Wat u van uw bank kunt verwachten

Niet alle banken bieden rentemiddeling aan. U kunt contact opnemen met uw bank of adviseur om te bespreken wat de mogelijkheden zijn.

vrijdag 23 september 2016

Wat verandert er per 2017 voor de woonmarkt?

 

In het nieuwe jaar wordt een aantal wijzigingen op de huizenmarkt doorgevoerd. Zo gaat het maximaal leenbedrag omlaag, waardoor je meer eigen geld nodig hebt. We hebben de veranderingen voor je op een rijtje gezet. 

Maximale leenbedrag gaat omlaag

Volgend jaar daalt het maximale leenbedrag. Dit wil zeggen dat een nieuwe hypotheek maximaal 101 procent van de marktwaarde van de woning bedraagt. Voor 2016 staat dit nog op 102 procent. Dit betekent dat je straks naast de koopsom van de woning nog maar 1 procent extra kunt lenen voor de financiering van bijkomende kosten, zoals notaris- en makelaarskosten.

Aangezien er meestal zo’n 6 procent aan kosten bijkomen, moet je dus vanaf 2017 zelf ongeveer 5 procent aan eigen geld inleggen. Een uitzondering wordt gemaakt als er sprake is van woningverbetering met energiebesparende voorzieningen.

Verruiming schenkingsvrijstelling eigen woning

Vanaf 1 januari 2017 geldt een schenkingsvrijstelling voor de eigen woning, waarbij iedereen tussen 18 en 40 jaar een schenking vrijgesteld mag ontvangen van €100.000 voor de eigen woning. Deze vrijstelling is (per schenker) eenmalig, maar het is mogelijk om deze verspreid over drie achtereenvolgende kalenderjaren te benutten.

Beperking hypotheekrenteaftrek

Het percentage van de maximale hypotheekrenteaftrek wordt geleidelijk verlaagd van 52 naar 38 procent. Dat gebeurt in 28 jaarlijkse stappen van een half procent. Deze beperking treft alleen huiseigenaren die in de hoogste belastingschijf zitten. De maximale hypotheekrenteaftrek in de hoogste belastingschijf wordt op 1 januari verlaagd tot 50,0%.

Aanpassing NHG-grens

De NHG-grens wordt vanaf 1 januari 2017 jaarlijks op 1 januari gekoppeld aan de gemiddelde huizenprijs. Het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) zal uiterlijk 1 november 2016 de nieuwe kostengrens per 2017 bekendmaken. De huidige kostengrens van € 245.000 geldt tot 1 januari 2017.

Een nieuwe Starterslening

Voor starters op de woningmarkt bestaat er de Starterslening. Het is een samenwerking tussen gemeenten, provincies en woningcorporaties. De eerste drie jaar zijn er bij de Starterslening geen maandlasten. Per 1 oktober zijn er veranderingen in de Starterslening vanwege de gewijzigde regelgeving rond de hypotheekaftrek. Voor de Starterslening was er een overgangsregeling waardoor de aflossing niet verplicht was voor het behoud van de hypotheekrenteaftrek. Deze overgangsregeling loopt per 1 januari 2017 af waardoor ook voor de Starterslening de aflossingseis gaat gelden. Omdat dit verplicht aflossen de voordelen van de Starterslening gedeeltelijk teniet zou doen, was lange tijd niet duidelijk of de Starterslening zou blijven bestaan. Inmiddels is duidelijk dat er een oplossing is in de vorm van een combinatielening. Hier wordt de verplichte aflossing van de Starterslening uit betaald. 

vrijdag 19 augustus 2016

Hogere hypotheek voor tweeverdieners

Vanaf 2017 kunnen tweeverdieners een hogere hypotheek afsluiten dan nu het geval is. Op dit moment telt een tweede inkomen voor de helft mee bij een hypotheekaanvraag. Dat wordt volgend jaar verhoogd naar 60 procent.
 
Dat meldt Vereniging Eigen Huis (VEH) vrijdag.
Volgens de organisatie heeft het ministerie van Financiën dit voorstel ter consultatie voorgelegd aan hypotheekvertrekkers en adviseurs.
Ieder jaar kijkt het ministerie of de regels omtrent de hypotheekleningen aangepast moeten worden. Het voorstel om het tweede inkomen voor een hoger percentage mee te laten tellen is daar een onderdeel van.

Ook wordt er volgens de VEH volgend jaar in sommige gevallen een uitzondering gemaakt voor de loan-to-value, de verhouding tussen de hoogte van de hypotheek en de waarde van het huis. Die is voor dit jaar 102 procent en wordt in 2017 verlaagd naar 101 procent.

De uitzondering geldt voor kopers en eigenaars van huizen die “noodzakelijke verbeteringen voor de veiligheid” nodig hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om funderings- of dakherstel.

Hypotheekvertrekkers en adviseurs kunnen tot 22 september reageren op het voorstel van Financiën. Per 1 januari gaan de nieuwe regels in. 

maandag 15 augustus 2016

Boetevrij aflossen!?

Versneld aflossen van hypotheek moet boetevrij

Banken mogen huizenbezitters met een nieuwe hypotheek niet langer een boete opleggen als ze hun woningschuld versneld willen aflossen, blijkt uit nieuwe Europese regels die geruisloos zijn ingegaan. Maar of banken zich daaraan houden is nog maar de vraag.


 


Voortaan kan een bank alleen nog maar een vergoeding vragen voor de kosten die ontstaan bij versneld aflossen; geen torenhoge boetes meer dus, schrijft het AD. Bijna alle huizenbezitters hebben nu nog hypotheekcontracten waarbij zij flink worden beperkt in het aflossen van hun woningschuld. Afhankelijk van de voorwaarden mag jaarlijks maximaal 10 of 20 procent van het hypotheekbedrag boetevrij worden afgelost.

Daar steekt Brussel nu een stokje voor bij nieuwe hypotheken, tot vreugde van het CDA. Toch wil Pieter Omtzigt weten hoe banken deze nieuwe regels gaan doorvoeren, laat het Kamerlid aan het AD weten. De CDA-er gaat daarom vragen stellen aan het kabinet: de Autoriteit Financiële Markten zou naar aanleiding van de Brusselse-wetgeving namelijk regels voor banken opstellen. Die zijn vooralsnog uitgebleven.

Hypotheek: duur betaald

Veel mensen zitten vast aan een oude hypotheek met een hoog rentepercentage (meer dan 5 procent per jaar). Nu de hypotheekrente historisch laag staat, betalen deze huizenbezitters hoge vaste lasten. Voor hen is verhuizen de enige manier om het hypotheekbedrag drastisch te verlagen. Mochten nieuwe huizenbezitters - met flink wat spaargeld - in dezelfde situatie terechtkomen krijgen zij daar een nieuwe optie bij: boetevrij versneld aflossen.

Overigens stelt de Nederlandse Vereniging van Banken dat de ruimte om kosteloos af te lossen 'voldoende is' voor de meeste huizenbezitters.

Bron: RTLZ

 

woensdag 10 augustus 2016

WOZ stijgt weer

De gemiddelde WOZ-waarde van woningen zit dit jaar voor het eerst sinds 2010 weer in de lift.

Op 1 januari 2016 lag de gemiddelde WOZ-waarde op 209.000 euro, een stijging van 1,5 procent ten opzichte van een jaar eerder, zo maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag bekend. WOZ staat voor Waardering Onroerende Zaken.

De WOZ-waarde wordt bepaald door gemeenten en heeft invloed op de hoogte van een aantal belastingen, waaronder de onroerendezaakbelasting (OZB), de inkomstenbelasting en de rioolheffing.

In 2010 bedroeg de WOZ-waarde nog gemiddeld 242.000 euro per woning. Vervolgens zette een jarenlange daling in. De WOZ-waarde ligt nog wel bijna 14 procent onder het niveau van 2010.
De huizenprijzen zijn al langer bezig met een opmars. De ontwikkeling van de WOZ-waarde volgt die van koopwoningen met ongeveer een jaar vertraging.

Dit komt doordat woningen die op 1 januari tot de woningvoorraad behoren, worden getaxeerd naar de waarde van 1 januari van het voorgaande jaar. Ook huurwoningen worden meegewogen bij de vaststelling van de WOZ-waarde. 

Amsterdam
In Amsterdam steeg de gemiddelde woningwaarde afgelopen jaar met 9 procent het sterkst, van 232.000 euro naar 253.000 euro per woning. Elburg was de grootste daler. Hier ging de WOZ-waarde met 9,2 procent naar beneden.

De provincies Noord-Holland, Limburg en Zuid-Holland lieten afgelopen jaar de sterkste stijging zien, terwijl de gemiddelde woningwaarde in Gelderland en Groningen gelijk bleef.

De gemiddelde WOZ-waarde is het hoogst in de provincie Utrecht met 243.000 euro. Noord-Holland en Noord-Brabant staan met respectievelijk 240.000 euro en 227.000 euro op de tweede en derde plek. Woningen in de provincie Groningen kennen met gemiddeld 155.000 euro de laatste WOZ-waarde.



- Pascal de Roo gebruik makend van bron: NU.nl

donderdag 4 augustus 2016

Sinds 30 jaar goedkoper!

Goederen en diensten voor consumenten zijn voor het eerst in bijna dertig jaar goedkoper geworden dan een jaar eerder.

De inflatie in juli daalde naar min 0,3 procent, maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag bekend.

De inflatie werd vooral gedrukt doordat voedingsmiddelen, autobrandstoffen en vliegreizen goedkoper werden. Daarentegen was kleding dit jaar in de uitverkoop minder afgeprijsd dan in juli vorig jaar, wat een verhogend effect op het gemiddelde prijspeil had.
Omdat de prijsontwikkeling van energie en voeding sterk fluctueert en de prijzen van alcohol en tabak vaak stijgen door belastingmaatregelen, kijkt het statistiekbureau ook naar de inflatie exclusief deze producten. De inflatie in juli volgens deze maatstaf kwam uit op 0,3 procent. In de voorgaande twee maanden was dit 0,5 procent.

Europese methode
Op basis van de geharmoniseerde Europese meetmethode namen de consumentenprijzen vorige maand af, van min 0,2 procent in juni, tot min 0,6 procent. Daarmee is de inflatie in Nederland nog verder onder het niveau van de eurozone komen te liggen.
Volgens het CBS ligt de prijsstijging in Nederland al langere tijd ''duidelijk'' onder het langjarige gemiddelde van 2 procent. Goederen worden al sinds 2014 goedkoper, terwijl de prijsstijging van diensten vanaf de tweede helft van 2015 steeds kleiner is geworden.

De afgelopen tweeënhalf jaar was de inflatie in vrijwel alle maanden lager dan 1 procent.

Dit is de langste aaneengesloten periode in bijna dertig jaar waarin de inflatie lager was dan 1 procent.



- Pascal de Roo gebruik makend van bron: ANP -

Beter of slechter die nieuwe Europeese hypotheekregels?

Belangrijkste punten van de Europese Hypothekenrichtlijn

De nieuwe richtlijn voor hypotheken is per 14 juli in gegaan. Deze regels bieden meer bescherming voor consumenten met een hypotheek. Op deze pagina lees je wat dit voor jou betekent.

Meer duidelijkheid over de kosten
Geldverstrekkers moeten meer duidelijkheid geven over hun kosten, nu de Europese Hypothekenrichtlijn van kracht is. Deze kosten moeten ze in het European Standard Information Sheet (ESIS) zetten. Dit is informatie die de geldverstrekker aan je moet geven voor of uiterlijk wanneer je de bindende offerte krijgt. Met ESIS kan de consument verschillende kredietproducten goed met elkaar vergelijken.

Hypotheekofferte is bindend en 14 dagen bedenktijd
Vanaf de dag waarop je het bindend aanbod krijgt, heb je 14 dagen bedenktijd om het aanbod te accepteren. Tijdens de bedenktermijn kan de kredietgever het aanbod niet intrekken of wijzigen. De kredietgever kan de voorwaarden niet veranderen of andere voorwaarden toevoegen, die in jouw nadeel zijn. Wijzigingen in jouw voordeel zijn wel toegestaan.

Vergoeding voor vervroegd aflossen hypotheek
Als je vervroegd aflost, oversluit, of rentemiddeling laat toepassen, dan betaal je daar soms voor. De hoogte van dit bedrag mag niet hoger zijn dan het werkelijke financiële nadeel van de kredietgever. Banken en verzekeraars moeten duidelijkheid geven over de berekening van de vergoeding voor vervroegd aflossen. Je kunt hier dus naar vragen bij jouw bank. De vergoeding mag dan geen (verkapte) boete voor de consument inhouden. En de vergoeding kan alleen betrekking hebben op het financiële nadeel van de kredietgever die rechtstreeks voortvloeit uit de vervroegde aflossing. De bank mag jou dus geen misgelopen winst in rekening brengen.

Neem contact op met je aanbieder als je vervroegd wil aflossen.
De aanbieder geeft dan aan welke vergoeding in rekening wordt gebracht bij de vervroegde aflossing van de kredietovereenkomst. De berekeningswijze van deze vergoeding (die niet hoger is dan het nadeel van de aanbieder) moet ook aan jou worden uitgelegd, zodat de berekening voldoende transparant is. Ook moeten daarin voorkomende variabelen voor jou te controleren zijn.

Hypotheekverstrekker moet klant met betalingsproblemen beter helpen
Geldverstrekkers moeten beter hun best doen om jou te helpen als je een betalingsprobleem hebt. De aanbieder moet zorgen voor een zorgvuldige behandeling van jou in deze situaties. Dat kan bijvoorbeeld door vooraf af te spreken wat de regels zijn bij betalingsachterstanden. Ook maatwerk kan belangrijk zijn als je problemen hebt met betalen. Kan je het afgesproken bedrag niet meer betalen, dan mag de aanbieder geen hogere kosten in rekening brengen als vergoeding van de schade die ontstaan is door het niet nakomen van deze betalingsverplichting. De wettelijke rente is bijvoorbeeld een goede maatstaf voor de berekening van de compensatie voor de te late betaling van het krediet. Dit is een belangrijke verbetering voor de consument.

Soms kan een executieverkoop niet voorkomen worden. Het is belangrijk dat de geldverstrekker dan wel probeert om een goede prijs voor jouw huis te krijgen. Als de opbrengst van het huis onvoldoende is om de hypothecaire schuld in te lossen, dan moet de aanbieder met jou een afbetalingsregeling treffen om het resterende bedrag te betalen.




- Pascal de Roo gebruik makend van bron: AFM -