woensdag 28 oktober 2015

Meerderheid onbekend met eigen energielabel woning





Een meerderheid van de Nederlanders (57 procent) weet niet wat het energielabel is van hun eigen koop- of huurwoning is.
Dat blijkt uit onderzoek dat energiebedrijf Nuon liet doen.


Vooral in de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht is de onwetendheid groot (80 procent). Het best geïnformeerd zijn huurders en woningbezitters in Gelderland, Overijssel en Flevoland, waar zes op de tien mensen weet welk label hun huis heeft. Het onderzoek werd gedaan onder ruim 2.800 mensen.

Het energielabel geeft aan hoe zuinig een huis is met gas, elektriciteit en warmte. Het is sinds 2008 verplicht als een woning een nieuwe eigenaar krijgt of een nieuwe huurder. Sinds 1 januari kan bij het ontbreken van een label een boete worden opgelegd van maximaal 405 euro.

Tip van makelaar Pascal de Roo: "Overweeg je jouw woning te verkopen of staat jouw woning te koop? Vraag dan uw definitieve label tijdig aan."

Op de site energielabel voor woningen aan.



- Pascal de Roo gebruik makend van bron: NU.nl -

maandag 26 oktober 2015

Tweeverdieners kunnen volgend jaar meer lenen

De ruimte in het budget die huishoudens in 2016 hebben voor hypotheeklasten is nagenoeg gelijk aan 2015. Dat schrijft het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting in het adviesrapport 'Financieringslastnormen 2016' dat vandaag aan de Tweede Kamer is aangeboden.

In het Nibud-advies komt naar voren dat er over de hele linie geen grote veranderingen zijn. Wel adviseert het instituut om de maximale hypotheek voor tweeverdieners te verhogen. En ziet het Nibud bij de inkomens lager dan 40.000 euro per jaar iets minder ruimte in 2016.

Beperkte wijziging leencapaciteit 2016
Voor het bepalen van de percentages voor 2016 heeft het Nibud onder andere rekening gehouden met het feit dat consumenten in 2016 een hypotheek mogen afsluiten tot maximaal 102% van de waarde van de koopwoning. Ook is de jaarlijkse beperking van de hypotheekrenteafrek met 0,5%-punt in de hoogste schrijf meegenomen: in 2016 gaat deze van 51 naar 50,5% Als het Nibud alle wijzigingen meeneemt en rekening houdt met een gemiddelde loonstijging van 1,4% blijkt dat men over het algemeen iets meer of net zo veel hypotheek kan krijgen, en de lagere inkomens net iets minder. Dit laatste heeft vooral te maken met de sterkere afbouw van toeslagen.

Tweede inkomen ruimer meetellen
Het Nibud adviseert in het rapport om vanaf 2016 bij huishoudens met twee inkomens, het tweede (laagste) inkomen voor de helft mee te nemen bij het bepalen van het financieringslastpercentage. Dit financieringslastpercentage mag toegepast worden op het totaalbedrag van beide inkomens.

Nu geldt dat het tweede inkomen voor 1/3 meegenomen mag worden. Het Nibud stelt deze verruiming voor omdat door belastingmaatregelen (bijvoorbeeld de afbouw van de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de niet of weinig verdienende partner) tweeverdieners netto meer overhouden dan eenverdieners en dat het verschil steeds groter wordt. Omdat de overheid van plan is de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de niet- of weinig verdienende partner verder af te bouwen, stelt het Nibud voor om analoog daaraan het tweede inkomen stapsgewijs meer mee te tellen bij het bepalen van het financieringslastpercentage. Als er niets aan het overheidsbeleid verandert, zou er in 2023 geen verschil meer zijn tussen de maximale hypotheek van een- en tweeverdieners.

Afwijken van de norm
De tabellen geven aan wat iemand maximaal zou kunnen lenen. Maar het Nibud adviseert om goed te kijken of er bij dit maximum nog voldoende ruimte over blijft voor alle andere noodzakelijke en gewenste uitgaven. Bij een maximale hypotheek moet er immers sterk bezuinigd worden op de niet-woonuitgaven. De tabellen houden rekening met gestandaardiseerde uitgavenpatronen en geven slechts weer wat iemand objectief gezien zou moeten kunnen betalen, gezien het inkomen. Wat de hypotheekverstrekker maximaal zou mogen uitlenen volgens de tabellen is niet altijd passend bij iemands uitgavepatroon en persoonlijke voorkeuren. Daarom is bij hypotheekverstrekking altijd maatwerk noodzakelijk.

De Ministeriële regeling hypothecair krediet biedt ook de mogelijkheid om in individuele omstandigheden meer hypotheek te verstrekken dan de financieringslastpercentages aangeven. Dit kan echter alleen als de afwijking goed gemotiveerd en onderbouwd wordt.

Al 15 jaar betaalbaarheid van de hypotheeklasten
Het Nibud berekent al meer dan 15 jaar financieringslastpercentages voor hypotheekverstrekking. Deze werden tot 2007 vooral voor Nationale Hypotheek Garantie-hypotheken gebruikt. Sinds die tijd hebben hypotheekverstrekkers ze ook voor niet-NHG-hypotheken gebruikt. Vanaf 2013 gebruikt de Rijksoverheid ze om verantwoorde hypotheekverstrekking voor te schrijven. Het uitgangspunt van de financieringslastpercentages is dat het huishoudens de hypotheeklast nu en in de toekomst kunnen dragen gelet op andere kosten voor levensonderhoud. En om dit systeem voor iedereen hanteerbaar te maken wordt er gewerkt met gemiddelde uitgavenpatronen. Ieder jaar worden deze criteria aangepast aan de veranderende inkomens- en uitgavenpatronen van huishoudens van de afgelopen jaren.

Achtergronden bij het rapport
Met het rapport Financieringslastnormen 2016 adviseert het Nibud de Rijksoverheid over de financieringslastnormen voor hypothecaire financiering voor 2016. Deze normen vormen een onderdeel van de Ministeriële regeling hypothecair krediet. Bij het tot stand komen van dit advies worden diverse partijen geconsulteerd die bij de hypotheekmarkt zijn betrokken. Zo heeft het Nibud onder andere gesproken met de Autoriteit Financiële Markten, De Nederlandsche Bank, de Nederlandse Vereniging van Banken, het Verbond van Verzekeraars, Vereniging Eigen Huis en de stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. Het adviesrapport dat vandaag aan de Tweede Kamer is aangeboden, vindt u in de html-bijlage.

Voorbeeld toepassing vuistregel tweeverdieners per 2016
Pas het financieringslastpercentage toe dat hoort bij het hoogste inkomen vermeerderd met 1/2 van het laagste inkomen op het gezamenlijke inkomen van beide partners. Bijvoorbeeld, partner 1 verdient 35.000 euro en partner 2 verdient 20,000 euro per jaar. Hier geldt het financieringslastpercentage dat hoort bij 35.000 + 10.000 (½ * 20.000) = 45.000 euro. Bij een rente van 2,75% is dat 21,5%. Het toetsinkomen is de som van beide inkomens. In dit geval is dat 55.000 euro. De maximale bruto jaarlast is dan 21,5% x 55.000 euro: 11.825 euro. Soms wordt gedacht dat het tweede inkomen maar voor de helft wordt meegeteld bij het bepalen van het toetsinkomen (21,5% x 45.000), maar zo wordt de berekening niet gemaakt.


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: Nibud -

donderdag 8 oktober 2015

Woonmarktcijfers 3e kwartaal

Haaglanden blijven aantal verkopen toenemen, woningaanbod daalt!

In Nederland zijn er t.o.v. het 3e kwartaal 2014 27% meer woningen verkocht. Het aantal transacties (totale markt circa 175.000 woningen) in Nederland is in het 3e kwartaal 2015 afgenomen met 2,7%. Het is daarmee het beste 3e kwartaal sinds 2007. De beperking van financieringsmogelijkheden voor kopers per 1 juli jl., hebben kennelijk niet geleid tot een dip in het aantal transacties. In Nederland zijn de prijzen gestegen met 4,2% t.o.v. het 3e kwartaal 2014 en t.o.v. het 2e kwartaal 2015 zijn de prijzen gedaald met 0,3%. De prijs van de gemiddeld verkochte woning ligt op bijna 12% onder het niveau bij de start van de crisis, maar wel 8% hoger dan het dieptepunt. De gemiddelde prijs van een verkochte woning in het 3e kwartaal 2015 is uitgekomen op € 224.000,=. De verkooptijd bedraagt op dit moment in Nederland gemiddeld 98 dagen, terwijl het totale woningaanbod op dit moment gemiddeld 337 dagen te koop staat. 46% van de woningen staan langer dan een jaar te koop. De dalende tendens van het huidige aanbod houdt aan. Er is een daling van 12,6% in vergelijking met een jaar geleden. De koopwoningenmarkt trekt aan, dat zorgt ervoor dat de keuze van de consument steeds beperkter wordt.

De transactieaantallen in de nieuwbouw zijn sinds begin 2013 verdubbeld. Deze groei zet door.

Het aanbod van nieuwbouwwoningen stabiliseert echter doordat er een tekort ontstaat aan de bouw van deze woningen.

Door de lage rente, nieuwe hypotheekaanbieders, het toenemende consumentenvertrouwen en de steeds realistischer prijzen, is de verwachting dat de aantal transacties verder zullen toenemen. Dit werd ook bevestigd afgelopen zaterdag met de circa 135.000 bezoekers tijdens de NVM Open Huizen Dag.

De cijfers
In de Gemeente Den Haag zijn er 26,8% meer woningen (1.225 woningen) verkocht t.o.v. het 3e kwartaal 2014. T.o.v. van het voorgaande kwartaal zijn er 10,1% minder woningen verkocht. De gemiddelde transactieprijs bedraagt in het 3e kwartaal 2015 € 202.901,=. T.o.v. een jaar geleden is de gemiddelde transactieprijs gedaald met 2,2% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gedaald met 6,8%. De gemiddelde verkooptijd in de Gemeente Den Haag bedraagt in het 3e kwartaal 2015 77 dagen versus 91 dagen t.o.v. een jaar geleden.

In de Gemeente Delft is t.o.v. het 3e kwartaal 2014 een stijging in transacties (242 woningen) van 33%. In vergelijking met het 2e kwartaal 2015 zijn er 17,5% meer woningen verkocht. De gemiddelde verkoopprijs bedraagt in het 3e kwartaal 2015 € 182.866,=. T.o.v. een jaar geleden is dit een prijsdaling van 11,5% en t.o.v. het voorgaande kwartaal een prijsdaling van 12,8%. De gemiddelde verkooptijd bedraagt in het 3e kwartaal 2015 77 dagen versus 138 dagen t.o.v. een jaar geleden.

In het Westland zijn t.o.v. het 3e kwartaal 2014 14,6% meer woningen verkocht. T.o.v. van het voorgaande kwartaal zijn er 6,2% meer woningen (188) verkocht. Het Westland laat een prijsstijging zien van 1,6% t.o.v. een jaar geleden en t.o.v. het voorgaande kwartaal een prijsstijging van 3,6%. De gemiddelde transactieprijs is € 235.661,= en de gemiddelde verkooptijd bedraagt 143 dagen versus 137 dagen in het 3e kwartaal 2014.

In de Gemeente Rijswijk is t.o.v. het 3e kwartaal 2014 het aantal verkopen gestegen met 83,5% en t.o.v. het voorgaande kwartaal zijn er 42,2% meer woningen (145) verkocht. De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gestegen met 11,9% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gedaald met 4,3%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 207.488,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 142 dagen versus 147 dagen in het 3e kwartaal 2014.

In de Gemeente Wassenaar is t.o.v. het 3e kwartaal 2014 het aantal verkopen gestegen met 43,3% en t.o.v. het voorgaande kwartaal zijn er 9,5% minder woningen (86) verkocht. De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gestegen met 4,7% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gestegen met 3,4%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 539.352,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 141 dagen versus 192 dagen in het 3e kwartaal 2014.

In de Gemeente Zoetermeer is t.o.v. het 3e kwartaal 2014 het aantal verkopen gestegen met 34,2% en t.o.v. het voorgaande kwartaal zijn er 15,9% meer woningen (306) verkocht. De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gestegen met 1,8% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gestegen met 2,8%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 201.798,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 111 dagen versus 148 dagen in het 3e kwartaal 2014.

In de Gemeente Leidschendam-Voorburg is t.o.v. het 3e kwartaal 2014 het aantal verkopen gestegen met 26% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gelijk gebleven (261 woningen). De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gedaald met 3,4% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gedaald met 3,3%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 248.329,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 75 dagen versus 107 dagen in het 3e kwartaal 2014.

In de Gemeente Pijnacker-Nootdorp is t.o.v. het 3e kwartaal 2014 het aantal verkopen gestegen met 11,4% en t.o.v. het voorgaande kwartaal zijn er 10,1% meer woningen (98) verkocht. De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gedaald met 6,1% en t.o.v. het voorgaande kwartaal gedaald met 4,4%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 257.873,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 102 dagen versus 164 dagen in het 3e kwartaal 2014.

In de Gemeente Lansingerland (Berkel en Rodenrijs, Bergschenhoek en Bleiswijk) is t.o.v. het 3e kwartaal 2014 het aantal verkopen gestegen met 34,7% en t.o.v. het voorgaande kwartaal zijn er 5,6% minder woningen (101) verkocht. De prijzen t.o.v. een jaar geleden zijn gelijk gebleven en t.o.v. het voorgaande kwartaal gedaald met 1%. De gemiddelde transactieprijs bedraagt momenteel € 265.007,=. De gemiddelde verkooptijd bedraagt 136 dagen versus 159 dagen in het 3e kwartaal 2014.



- Pascal de Roo gebruik makend van bron: NVM -

woensdag 23 september 2015

Fiscale oplossing rentemiddeling in de maak

Rentemiddeling bij meer banken binnen handbereik

VEH vereniging eigen huisStaatssecretaris Wiebes (Financiën) gaat de fiscale belemmeringen rondom rentemiddeling nog dit jaar wegnemen.

Dat blijkt uit een brief die hij begin deze week aan de Tweede Kamer schreef.

Wiebes is van plan boeterente in fiscaal opzicht te beschouwen als rente, en niet langer als kosten. Dat maakt de administratie van banken eenvoudiger. Bovendien is dan duidelijk dat de huiseigenaar aftrek kan krijgen voor de boeterente. Niet alleen bij betaling ineens, maar ook als de boete wordt uitgesmeerd over een langere periode.

De staatssecretaris komt tot dit standpunt na overleg met de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Hij schrijft in de brief aan de Kamer: ‘Met de beschreven oplossing worden banken naar mijn idee volledig tegemoet gekomen in hun bezwaren. Ik ga er dan ook van uit dat er voor de banken geen (fiscale) belemmeringen meer zijn om rentemiddeling actief aan te bieden.’ Het ziet er naar uit dat de staatssecretaris deze verduidelijking uiterlijk november opneemt in een beleidsbesluit, vooruitlopend op wetgeving.

Rentemiddeling kan ervoor zorgen dat het oversluiten van een hypotheek veel aantrekkelijker wordt. Normaliter moet een huiseigenaar bij tussentijds oversluiten namelijk een forse eenmalige boete betalen, maar met rentemiddeling wordt die boete over een langere periode uitgesmeerd.

Sommige banken, zoals ING en SNS Bank, bieden al rentemiddeling aan. Andere banken, zoals Rabobank en ABN Amro, doen het nog niet, vooral vanwege de fiscale onduidelijkheden.

Oproep
Vereniging Eigen Huis zwengelde de discussie over rentemiddeling in april van dit jaar aan. UIt onderzoek van de vereniging bleek dat slechts een klein deel van de aanbieders rentemiddeling aanbiedt. Dat betekent dat veel huiseigenaren niet kunnen profiteren van de actuele, historisch lage rente. De vereniging riep alle geldverstrekkers daarna per brief op om rentemiddeling te gaan aanbieden. Ook stuurde Vereniging Eigen Huis een brief aan minister Blok (Wonen) en staatssecretaris Wiebes, om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over enkele fiscale onduidelijkheden.

'Wij zijn blij met de voorgenomen besluitvorming', zegt Rob Mulder, directeur Belangenbehartiging van Vereniging Eigen Huis. 'En we roepen banken en verzekeraars op niet langer te wachten met het aanbieden van rentemiddeling.' De vereniging vraagt op korte termijn alle geldverstrekkers vanaf welke datum zij hun klanten actief benaderen met voorstellen voor rentemiddeling.


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: VEH -

vrijdag 28 augustus 2015

Rentemiddeling vaak niet voordelig

Mensen met spaargeld die willen profiteren van de lage hypotheekrente, kunnen volgens de Consumentenbond bij het oversluiten beter niet kiezen voor rentemiddeling.

“Vrijwel alle banken hanteren een ongunstige rekenmethode, waardoor het voordeel lager is dan verwacht.” Berekeningen van de Consumentenbond laten zien dat vrijwel alle banken een ongunstige rekenmethode hanteren, waardoor het voordeel van rentemiddeling lager is dan verwacht. “Alleen bij Obvion is rentemiddeling vaak gunstig, ook bij de spaarhypotheek. ING, SNS Bank (SNS, Regio Bank) en Achmea (Centraal Beheer, Woonfonds) berekenen bij het oversluiten van de hypotheek een boeterente en smeren die uit over de nieuw gekozen looptijd.

Een belangrijke reden voor de ongunstige uitkomst is dat deze banken geen rekening houden met het boetevrije deel van de hypotheek. Die is normaal 10 tot 20% van de hypotheeksom”, aldus de bond.

De Consumentenbond steunt het pleidooi bij banken van minister Dijsselbloem om rentemiddeling vaker en beter mogelijk te maken, maar veel aanbieders zijn er nog niet en er is een beter rekensysteem nodig. “Nu bestaat de kans dat niet de klanten maar de banken profiteren van rentemiddeling, want als de hypotheekrente onverhoopt niet flink stijgt, lijden de klanten zelfs verlies.” “Rentemiddeling is voor consumenten zonder spaargeld de enige optie om de rentelasten te verlagen”, schrijft de Consumentenbond. “Wie spaargeld heeft, kan beter kiezen voor vervroegd oversluiten naar een lagere rente door boeterente te betalen of extra aflossen op de hypotheek.

Bij rentemiddeling kiezen consumenten ervoor hun hypotheek open te breken, terwijl de rentevaste periode nog loopt. De rente wordt langer vastgezet, ervan uitgaande dat deze in de toekomst gaat stijgen. Vervroegd oversluiten door boeterente te betalen of te kiezen voor rentemiddeling levert alleen voordeel op als de rente de komende jaren flink gaat stijgen.”


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: Consumentenbod -

zondag 23 augustus 2015

Oversluiten hypotheek: investeren om te besparen

Gepubliceerd op: 21 augustus 2015 | 1.391 x gelezen

De hypotheekrente is laag. Zeer laag zelfs. Lager dan de rente die je nu betaalt en zeer waarschijnlijk ook lager dan de rente die je in de toekomst gaat betalen. Loopt jouw rentevaste periode nog een aantal jaren door, maar wil je tóch profiteren? Dan is oversluiten een optie. Of dat interessant is, hangt af van je huidige hypotheek, de resterende looptijd en de boeterente die gerekend wordt.

Oversluiten houdt in dat je een nieuwe hypotheeklening afsluit, tegen een lager rentetarief. Dat kan bij je huidige hypotheekverstrekker, of bij een andere bank. Met die nieuwe lening los je in één keer je oude hypotheek af.

Wil jij ‘iets’ met je hypotheek?

SNS Bank onderzocht onlangs of de Nederlandse huizenbezitters met oversluiten bezig zijn. 45% heeft over oversluiten nagedacht, maar nog geen concrete stappen gezet. Ruim 20% stond er tot nu toe niet bij stil dat oversluiten interessant zou kunnen zijn.

De overige 35% is al wel concreet met oversluiten bezig of bezig geweest. Een deel van hen haakte af, met name vanwege de hoge boeterente die gerekend wordt.

Hoe zit het met die boeterente?

Wanneer je een hypotheek sluit, spreek je met de bank af dat je een bepaalde periode, bijvoorbeeld tien jaar, een vaste rente betaalt over het hypotheekbedrag. Met oversluiten maak je nieuwe afspraken omdat de rente in de tussentijd gedaald is. De bank loopt hierdoor de rente-inkomsten van jullie oude afspraak mis, en rekent ter compensatie de boeterente.

De boeterente kan op verschillende manieren berekend worden. Hoe dat bij jouw hypotheek zit, lees je in de voorwaarden. Een financieel adviseur kan met je meekijken en de exacte boete voor je bereken. De boeterente is het meest gunstig wanneer je je hypotheek oversluit bij je eigen hypotheekverstrekker.

Een voorbeeld: investeren om te besparen

Stel, je hebt een aflossingsvrije hypotheek. Deze heb je afgesloten in augustus 2008. Je koos toen voor een rentevaste termijn van 10 jaar, tegen de laagste rente van dat moment: 5,5%. De laagste rente voor een hypotheek met een rentevaste termijn van 10 jaar is nu, in augustus 2015, 2,25%. De hypotheekrente is dus ruimschoots gehalveerd. Maar jij mag pas over 3 jaar verlengen, in augustus 2018. Is oversluiten nu verstandig?




De berekening

Je sluit je hypotheek over bij dezelfde aanbieder, naar een rente van 2,25% voor 10 jaar vast.
Er mag bij jouw hypotheekaanbieder 15% boetevrij afgelost worden. Over de resterende € 170.000 (= 85% van € 200.00) betaal je een boete, die gebaseerd is op het renteverschil (eerst 5,5%, na oversluiten 2,25%).
De boete bedraagt € 16.575. Reken daarnaast op circa € 2.000 advies- en oversluitkosten. Totale oversluitkosten: € 18.575.
De advieskosten en de boeterente zijn belasting-aftrekbaar, waardoor de netto kosten € 10.774 bedragen.
Het kost je dus € 10.774 om te profiteren van een fors lagere rente. Je hebt twee mogelijkheden om dit bedrag te betalen:

Optie A: Oversluitboete betalen met spaargeld
Je hebt op je spaarrekening een bedrag achter de hand waarmee je de oversluitboete en advieskosten kunt betalen. Een aardige uitgave. Maar wel eentje die direct lagere lasten tot gevolg heeft. Het scheelt je direct € 314 per maand, oftewel € 3.770 per jaar.. Na 2 jaar en 10 maanden heb je de investering van € 10.774 volledig terugverdiend. In de periode daarna blijf je profiteren van je lage maandlasten.

Optie B: Oversluitboete meefinancieren in hypotheek
Als alternatief kun je de oversluitkosten in je hypotheek onderbrengen. De meeste hypotheekverstrekkers zullen hier niet om staan te springen. Maar heeft jouw woning voldoende overwaarde, dan is het mogelijk. Met deze constructie verspreid je de oversluitkosten over meerdere jaren.

Stemt je bank in met verhogen van je hypotheek, dan dalen je netto rentelasten na het oversluiten, ondanks de verhoogde hypotheek, met € 3.528 per jaar. Dat scheelt je dus € 294 per maand, een verschil dat je direct zult merken in je portemonnee. Na 3 jaar en 1 maand heb je je investering terugverdiend.

Opgelet: de boeterente is aftrekbaar, maar rente over de verhoging van de hypotheek voor de boeterente niet. Het verschil tussen de bruto- en nettorentelasten is na het oversluiten dan ook kleiner.

Grootste voordeel: zekerheid van lage lasten op de lange termijn

De lagere rentelasten zijn in beide voorbeelden niet het enige voordeel. Door nu voor oversluiten te kiezen, weet je zeker dat je de komende tien jaar een lage hypotheekrente hebt. Wacht je tot je huidige rentevaste termijn afloopt (in het voorbeeld in augustus 2018), dan is de kans zeer reëel dat de hypotheekrente weer wat gestegen is.

Wanneer is oversluiten niet interessant?

Oversluiten is niet voor iedereen een goede keuze. Staat jouw huis onder water en heb je zelf geen middelen om de oversluitboete te financieren, dan is oversluiten meestal geen optie. Ook zal de boeterente is sommige gevallen simpelweg te hoog zijn, waarmee de terugverdientijd te lang is.

In het voorbeeld is oversluiten een zeer interessante optie. Of oversluiten voor jou interessant is, kun je laten nagaan door een financieel adviseur. Kijk hierbij niet alleen naar oversluiten bij je huidige bank. De boeterente is wat hoger wanneer je wisselt van aanbieder en je krijgt te maken met extra kosten (bij het wisselen van aanbieder betaal je onder andere notaris- en taxatiekosten), desalniettemin kan een flink lagere rente die extra kosten ruimschoots goed maken.


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: Wegwijs -

donderdag 13 augustus 2015

Minder lenen in 2016 en NHG wederom omlaag

Heb je plannen om een huis te kopen, dan zijn er twee belangrijke redenen om die beslissing niet te lang uit te stellen. Vanaf 2016 mag je minder lenen én wordt de maximale hypotheek voor Nationale Hypotheek Garantie (NHG) verlaagd. Je hebt dus meer spaargeld nodig en je betaalt jaarlijks een paar honderd euro extra hypotheekrente. Hoe zit het precies?

Je kunt minder lenen

Vanaf 1 januari 2016 mag je minder lenen voor de aankoop van een huis. Op dit moment mag je maximaal 103% van de waarde van je woning lenen. Vanaf 2016 zal dat maximaal 102% zijn. Dat betekent automatisch dat je bij de koop van een huis zelf extra spaargeld in zult moeten leggen.

Dat spaargeld is met name bedoeld voor de zogenaamde bijkomende kosten: de overdrachtsbelasting, kosten voor de notaris en je hypotheekadvies, een bouwkundige keuring, etc. Opgeteld zijn deze kosten ongeveer 6% van de koopsom. Het kopen van een huis kost je dus ongeveer 106% van de waarde van de woning. En vanaf volgend jaar zul je een groter deel daarvan vanuit spaargeld moeten betalen.





Een NHG-hypotheek wordt lastiger

Een ander belangrijk punt: per 1 juli 2016 wordt de kostengrens voor Nationale Hypotheek Garantie (NHG) verlaagd. Op dit moment kun je een NHG-hypotheek krijgen voor maximaal € 245.000. Per 1 juli 2016 gaat de maximale hypotheek omlaag naar € 225.000. Overigens rekent de NHG standaard met een opslag van 6% voor bijkomende kosten, waardoor je nieuwe huis dus nog maximaal € 212.264 mag kosten.

Koop je een duurdere woning, dan heb je niet meer de zekerheid van het NHG-vangnet. Maar belangrijker: je krijgt ook de bijbehorende rentekorting niet meer! Dat betekent dat je meer hypotheekrente gaat betalen. Bij de meeste banken scheelt de korting 0,3 tot 0,7%.



Met een hypotheek van € 235.000 kun je op dit moment nog net Nationale Hypotheek Garantie krijgen. Vanaf 1 juli 2016 kan dat niet meer, en vervalt je rentekorting. Dat betekent dat je jaarlijkse netto hypotheeklasten € 624 duurder worden.

Hoe zit het met de hypotheekrente en de huizenprijzen?

In bovenstaande rekenvoorbeelden is geen rekening gehouden met een eventuele stijging van de hypotheekrente en de huizenprijzen. Deze wordt wél verwacht. Reken je ook deze factoren mee, dan wordt het kostenverschil tussen een hypotheek in 2015 of 2016 nog fors hoger.

Twijfel je over een verhuizing of nieuwe hypotheek? Dan is enige haast geboden. Volgend jaar kun je 1% minder lenen én betaal je tot 0,7% meer hypotheekrente door de NHG-beperking. Ben je op zoek naar een huis dat nu nog net binnen de NHG-norm valt, zorg dan dat je ruim op tijd je hypotheekaanvraag afrondt.

Wil je nu vast weten wat de beperkingen van 2016 voor jou precies betekenen? Dan kun je terecht bij je onafhankelijk financieel adviseur.


- Pascal de Roo gebruik makend van bron: Wegwijs -