maandag 19 augustus 2013

hypotheekrenteaftrek na echtscheiding


De nieuwe hypotheek

Een echtscheiding kan verregaande consequenties voor u hebben, zeker als u met uw partner samen een woning heeft en een hypotheek. Bent u gehuwd in gemeenschap van goederen, dan is de woning en de hypotheek van u samen. Bent u onder huwelijkse voorwaarden gehuwd, dan is van belang wie de eigenaar van de woning is en welke verdeling u in de huwelijkse voorwaarden hebt afgesproken.

 
Welke gevolgen de echtscheiding heeft voor u, uw partner en de eigen woning hangt af van de keuzes die u samen maakt. U kunt de woning verkopen, maar u kunt ook overeenkomen dat één van beiden (al dan niet samen met de kinderen) in de woning blijft wonen en de ander uitkoopt. Maar hoe zit het dan met de renteaftrek in deze situaties?


Besluit u de woning te verkopen, dan kunnen twee situaties ontstaan:
 

1.       U heeft overwaarde in de woning.

De opbrengst van uw woning is, na aftrek van de verkoopkosten, hoger dan de hypotheek. Bent u gehuwd in gemeenschap van goederen, dan heeft ieder recht op de helft van deze overwaarde. Koopt u binnen 3 jaar weer een nieuwe woning? Dan moet u hiermee rekening houden. U mag dan maar over een lagere hypotheek de rente aftrekken.
 

2.       Uw woning staat ‘onder water’

Uw hypotheek is hoger dan de opbrengst van de woning. Hierdoor ontstaat voor ieder, voor de helft van het tekort, een schuld. Sluit u een lening af voor uw deel van die schuld, dan is de rente over deze lening 10 jaar lang aftrekbaar. Het maakt hierbij niet uit of u daarna naar een huurwoning of een koopwoning verhuist.


Wordt besloten dat u uw partner uitkoopt? Dan koopt u in feite de helft van de woning van uw partner. U bent zelf immers al eigenaar van de andere helft van de woning. Maar ook de hypotheek is maar voor de helft van u. U heeft dus twee hypotheekdelen, de ‘oude’ hypotheek en een nieuwe hypotheek, waarmee u uw partner uitkoopt. Deze nieuwe hypotheek valt binnen de nieuwe wettelijke regels voor hypotheken, die vanaf 1 januari 2013 gelden. Dat betekent dat u deze nieuwe hypotheek volledig moet aflossen, om hierover de rente te kunnen aftrekken. U lost dan af in een annuïteitenhypotheek of lineaire hypotheek.

Over dit nieuwe deel van de hypotheek mag u wél de rente weer 30 jaar aftrekken. Over de hypotheek die u al had, heeft u al een deel van de maximale termijn van 30 jaar benut en geldt de renteaftrek dus voor een kortere duur.


De hypotheekadviseurs van ZO.nl zijn Erkend Hypothecair Planner en aangesloten bij de Nederlandse Vereniging voor Hypothecair Planners (NVHP). Wij geven u op begrijpelijke en deskundige wijze, uitleg over de gevolgen bij echtscheiding. 

donderdag 15 augustus 2013

Kritiek op mogelijke afkoop van levensverzekering door VEH

Vereniging Eigen Huis is kritisch over het kabinetsplan om aan de woning gekoppelde spaar- of beleggingspolissen vrij te geven, zodat huiseigenaren er hun hypotheekschuld mee kunnen aflossen.

Dit kabinetsplan lekte woensdag uit naar het Financieele Dagblad en is bevestigd door Tweede Kamerlid Jacques Monasch. Waarschijnlijk wordt het voornemen op Prinsjesdag gepresenteerd. Per saldo ziet Vereniging Eigen Huis meer nadelen dan voordelen in dit plan.

Het eerste nadeel is dat woningbezitters vaak pas aan het einde van de looptijd het grootste rendement op hun polis boeken, en dus bij vroegtijdige afkoop daarvan niet meer kunnen profiteren. Een tweede nadeel van het kabinetsplan is dat huiseigenaren na gedeeltelijke aflossing relatief hogere lasten betalen over de resterende hypotheek. Geldverstrekkers eisen dan namelijk dat een gedeelte annuïtair wordt afgelost.

Een derde nadeel is dat vroegtijdige afkoop een ingrijpende verandering is, waarvoor deskundig advies noodzakelijk is. Dat kost de woningbezitter al snel enkele duizenden euro’s extra.
Tussentijdse afkoop van aan een hypotheek gekoppelde spaar- of beleggingspolissen heeft nog een vierde nadeel. Door de afkoop vervalt namelijk ook de overlijdensrisicoverzekering. Het kan lastig zijn om een nieuwe overlijdensrisicoverzekering af te sluiten, omdat de verzekerde inmiddels ouder is en mogelijk een slechtere gezondheid heeft.

Beperkte voordelen
Het plan kan voor Nederland als geheel ook voordelen hebben, hoewel die volgens de vereniging niet opwegen tegen de nadelen voor individuele huiseigenaren. Zo leidt het tot meer aflossing van (hypotheek)schulden, waardoor banken een gunstiger kapitaalpositie krijgen. Tegelijkertijd krijgen verzekeraars echter een slechtere kapitaalpositie. Daarnaast kan afkoop van de polis voor huiseigenaren voordelig uitpakken als het rendement op de polis lager is dan de hypotheekrente. Maar dit voordeel geldt slechts voor een beperkt aantal huiseigenaren.

Nu al mogelijk
Voor bepaalde categorieën woningbezitters is het overigens nu al mogelijk om een aan de woning gekoppelde spaar- of beleggingspolis af te kopen. De staatssecretaris van Financiën heeft namelijk eind 2012 al besloten dat dit mogelijk moet zijn voor mensen die in een moeilijke financiële positie zitten. Concreet gaat het om situaties waarbij echtscheiding, schuldhulpverlening óf woningverkoop met restschuld in het spel is.

(Bron: Vereniging Eigen Huis)


- Posted by Pascal de Roo -

dinsdag 13 augustus 2013

Verkopen door woningcoöperaties is slecht

Ver. Eigen Huis vind het slecht voor de huizenmarkt. De NVM spreekt van 'marktverstoring' en 'valse concurrentie' door de woningcorporaties. Aanleiding zijn nieuwe conceptregels die het makkelijker kunnen maken voor corporaties om tot 25 procent korting te bieden als ze oude huurhuizen te koop zetten. Corporaties die financieel krap bij kas zitten zouden zo meer geld binnen kunnen halen.

De woningmarkt dreigt nu echter verder in te zakken, stellen de verenigingen. "Veel van onze leden worden nu al moedeloos van de verkoop met korting door corporaties", stelt een woordvoerder van de VEH in de krant. "Zij proberen hun huis te verkopen. Maar soms zit de corporatie 20.000 euro onder hun prijs met een vergelijkbaar huis."

Het ministerie van Wonen beslist in september over de invoering van de regels. Momenteel loopt er nog een consultatieronde, waarbij belangenorganisaties gelegenheid krijgen tot inspraak.


- Posted by Pascal de Roo -

Opname van levensverzekering om hypotheek in te lossen wordt makkelijker

Het kabinet werkt aan een maatregel waarbij mensen die met hun levensverzekering hun hypotheek aflossen geen belasting hoeven te betalen over het gespaarde kapitaal, volgens het Financieele Dagblad.

De plannen zouden de economie moeten aanjagen. Ze zijn gunstig voor mensen die minder rendement behalen op hun levensverzekering dan ze aan rente over hun hypotheek betalen. Maar ze zijn ook voordelig voor de schatkist, aangezien de hypotheekrenteaftrek daalt, en voor de bank, die ruimte krijgt voor nieuwe kredieten.

Volgens een schatting van De Nederlandsche Bank is er tussen de 30 miljard en 45 miljard euro in deze kapitaalverzekeringen opgeslagen. Volgens fiscalisten gaat het kabinet de maatregel op Prinsjesdag voorstellen, zo meldt het FD.


- Posted by Pascal de Roo -

Werkgever heeft ook verzekeringsplicht over ZZP-ers

Artikel 7:611 BW komt in veel uitspraken van de Rechtbank tot aan de Hoge Raad terug. Het artikel stelt dat een werkgever zich als een goed werkgever dient te gedragen. De vraag die daarbij vaak speelt, met name bij het inhuren van ZZP’ers, is of een werkgever en werknemer een arbeidsrechtelijke verhouding hebben of niet.
 
Een goed werkgever dient onder meer te zorgen voor een behoorlijke verzekering van werknemers die voor hun werk een motorvoertuig besturen. Als de werkgever dit nalaat, kan de werknemer de schade die hij lijdt omdat er voor hem geen verzekeringsuitkering volgt, op de werkgever verhalen. Dit geldt ook in een zaak waarbij een zzp-er een eenzijdig verkeersongeval overkomt. Hij raakt daarbij ernstig gewond. Op het moment van het ongeluk rijdt hij in de bedrijfsauto van zijn opdrachtgever. Hij claimt de schade met een beroep op het ‘goed werkgeverschap’-artikel. De Hoge Raad heeft immers geoordeeld dat diezelfde zorgplicht ook geldt voor zzp-ers die van de werkplek (in dit geval de auto) gebruikmaken. Het ligt dus voor de hand dat de verzekeringsplicht die ten opzichte van werknemers in het verkeer geldt, ook van toepassing is op zzp-ers

De rechtbank is het met die redenering niet eens en stelt dat de verplichting van goed werkgeverschap als bedoeld in artikel 7:611 BW moet worden gezien als de uitwerking van voor het arbeidsrecht relevante verhoudingen en ontwikkelingen. Art. 7:611 BW is echter niet primair geschreven als artikel waarop een aansprakelijkheid kan worden gegrond. Het artikel moet worden gezien als een aanvulling c.q. beperking op de in het arbeidsrecht geldende verhoudingen.”

Er is tussen de opdrachtgever en de zzp-er geen sprake van een arbeidsovereenkomst. De rechtbank komt de zzp-er tegemoet door terug te grijpen naar een ander artikel, namelijk art. 7:658. Dit artikel beoogt bescherming te bieden aan personen die zich, wat betreft de door de werkgever in acht te nemen zorgverplichtingen, in een met de werknemer vergelijkbare positie bevinden. “De ratio van dit artikel is, dat de vrijheid van degene die een bedrijf uitoefent om te kiezen voor het laten verrichten door werknemers of door anderen, niet van invloed behoort te zijn op de rechtspositie van degene die het werk verricht en betrokken raakt bij een bedrijfsongeval of anderszins schade oploopt.”  De zzp-er dient (bij de uitvoering van een opdracht) qua zorgplicht voor de veiligheid dus in dezelfde positie te verkeren als een werknemer.

Dit geldt in de situatie waarin de zzp-er de keuze niet had om de werkzaamheden met zijn eigen (wel goed verzekerde) auto uit te voeren, maar verplicht was de bedrijfsauto (zonder inzittendenverzekering) te gebruiken. Uit de eisen van redelijkheid en billijkheid vloeit voort dat de werkgever een adequate verzekering voor de zzp-er had moeten afsluiten. Als de zzp’er wel de keuze had om de werkzaamheden met zijn eigen auto of de bedrijfsauto uit te voeren, is van belang of de zzp’er er van op de hoogte kon zijn dat voor de bedrijfsauto geen inzittendenverzekering was afgesloten, zodat hij het risico bij gebruik van de bedrijfsauto had kunnen afwegen.

Bron: Rechtspraak

Redactie: De eiser werd door de rechtbank (nog) niet in het gelijk is gesteld in zijn eis jegens de verzekeraar, omdat "nader onzerzoek en bewijslevering" nodig is bij bepaalde vragen. De rechtbank is wel van mening dat de zzp-er bij de uitvoering van een opdracht qua zorgplicht voor de veiligheid in dezelfde positie dient te verkeren als een werknemer.

zaterdag 3 augustus 2013

Pensioenfondsen staan er beter voor

De Nederlandse pensioenfondsen zijn er vorige maand een stuk beter voor komen te staan.

De gemiddelde dekkingsgraad, die aangeeft in hoeverre de pensioenfondsen aan hun toekomstige verplichtingen kunnen voldoen, klom in juli 3 procentpunten tot 104 procent, bijna op het wettelijk vereiste minimum van 105 procent. Dat blijkt uit een onderzoek van Adviesbureau Aon Hewitt.

Dat de fondsen afgelopen maand een positieve ontwikkeling hebben doorgemaakt, betekent volgens Aon Hewitt niet dat eventuele aanvullende kortingen waar pensioenfondsen eerder voor waarschuwden, uitgesloten zijn. De verbetering van de dekkingsgraad is grotendeels het gevolg van een hogere rekenrente.

Verplichtingen
Aan de hand van de rekenrente bepalen de pensioenfondsen over hoeveel geld zij moeten beschikken om alle huidige en toekomstige pensioenen te kunnen betalen. Hoe hoger de rente is waarmee de fondsen rekenen, hoe minder geld zij opzij hoeven te zetten.
De pensioenfondsen kwamen er vorige maand ook beter voor te staan door winsten met beleggingen in aandelen en obligaties.

Of aanvullende kortingen noodzakelijk zijn, hangt volgens de pensioenexperts vooral af van de renteontwikkeling de komende maanden. In april van dit jaar moesten al 66 pensioenfondsen een korting doorvoeren op de uitkeringen.




- See more at: http://www.infinance.nl/artikel/carriere/7875/pensioenfondsen-gaan-vooruit


- Bron Infinance -

donderdag 1 augustus 2013

ZO vermogensadvies gebruikt jaarlijks de haalbaarheidstoets

Zes op de tien beleggers heeft een specifiek doel voor ogen met hun belegde vermogen. Vaker dan voorheen checken zij de haalbaarheid van hun beleggingsdoel. Nu checkt ruim drie kwart van de beleggers met een doel dat, tegen twee derde een jaar geleden. Dat blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) onder 465 beleggers.

Van degenen die via een beleggingsadviseur of vermogensbeheerder beleggen, checkt een minderheid zijn beleggingsdoel samen met de adviseur of vermogensbeheerder. De meerderheid (57%) is daarbij dus op zichzelf aangewezen. Bij beleggers is vooral de aanvulling van het pensioen een populair doel (33%). Onder beleggers met een laag inkomen is dat zelfs 71%. Het aflossen van de hypotheek wordt veel minder vaak (13%) genoemd.

De meeste beleggers vinden het belangrijk dat hun adviseur of beheerder goed op de hoogte is van hun persoonlijke situatie. Toch controleren adviseurs en vermogensbeheerders bij slechts vier op de tien beleggers of er veranderingen zijn in de persoonlijke situatie van de klant. Ook de risicobereidheid en de financiële positie en de haalbaarheid van de doelstelling wordt in veel gevallen niet gecontroleerd.

Monitoren van doelstelling is belangrijk in de dienstverlening

Vermogensopbouw maakt een belangrijk onderdeel uit van de financiële huishouding van veel consumenten. Zij bouwen onder meer zelf vermogen op voor hun pensioen of hypotheek. Vooral tijdens de doorlopende advisering en het beheer is het nodig om de haalbaarheid van de doelstelling te monitoren. Het controleren van het beleggingsdoel geeft beleggers en adviseurs de kans om op tijd hun strategie van vermogensopbouw bij te sturen. Dat is vooral belangrijk als blijkt dat de belegging minder gaat opleveren dan verwacht. Ook is het in deze fase nodig wijzigingen in risicobereidheid, financiële positie en doelstellingen bij te houden.

Het monitoren van de kans op het behalen van het gewenste vermogen hoort daarom een belangrijk onderdeel van de dienstverlening te zijn. Dit voorkomt teleurstellingen bij beleggers. De AFM roept alle adviseurs en beheerders op om goed op de hoogte te blijven van de persoonlijke situatie van klanten. Beleggers zelf hebben daar ook een verantwoordelijkheid. Het is verstandig dat ze belangrijke wijzigingen in hun persoonlijke situatie bespreken met hun adviseur of beheerder. Deze aandachtspunten zijn belangrijk:

Neem jaarlijks samen met je vermogensbeheerder of adviseur je persoonlijke situatie door. Bespreek daarbij veranderingen in je risicobereidheid, je financiële positie en de haalbaarheid van je doelstelling.
Geef tussentijdse wijzigingen direct door aan je vermogensbeheerder of adviseur.
Als je risicobereidheid of financiële positie veranderen, bespreek dan met je vermogensbeheerder of adviseur of je jouw gewenste doel nog kan behalen.

Bespreek met je vermogensbeheerder of adviseur of er bijgestuurd moet worden en wat dat voor jou betekent.



- Posted by Pascal Berends -